"Kinderen hebben het recht om hun biologische moeder én vader te kennen" 24-02-2010 “Volgens het Burgerlijk Wetboek, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) hebben kinderen het recht om hun biologische moeder én vader te kennen. De wet in Nederland kent geen mogelijkheid voor ‘moeder onbekend’, maar wel voor ‘vader onbekend’. Daar begint voor mij een ‘injustitia’.” Aan het woord is de Antilliaans – Nederlandse psychiater Dr. Glenn Helberg die pleit voor een dwingende registratie van het vaderschap, oftewel een vaderschapswet. “Nederland kent het recht om op een later moment in je leven te weten te komen wie de vader is, maar ik vind het van groot belang dat kinderen dit al vanaf het begin van hun leven weten.” Vaderschap in Nederland en andere werelddelen Er worden in Nederland 11.000 kinderen per jaar geboren waarvan de vader onbekend is. Dat betekent dat er over 10 jaar tijd (10 x 11.000) ontzettend veel kinderen rondlopen waarvan de vader onbekend is. Een Engels onderzoek uit 2002 laat zien dat kinderen die geboren worden met een onbekende vader, grotere achterstand hebben dan kinderen die wel hun vader kennen. Daarnaast is de kans op seksueel misbruik groter, evenals de kans dat deze kinderen in armoede opgroeien, de kans op eenzaamheid en de kans dat ze in de criminaliteit belanden. “We kennen niet elke situatie, maar als we kijken naar de kinderen op Curaçao dan kunnen we zeggen dat kinderen, in een sociaal economische zwakke positie, waar alleen de moeder opvoedt, minder kansen hebben dan kinderen die opgroeien met beide ouders.” Dr. Helberg benadrukt het verschil tussen biologisch vaderschap en juridisch vaderschap. “Het gaat mij met name om het juridisch vaderschap. Naast het feit dat een kind meteen weet wie zijn of haar vader is, geeft deze de vader ook het recht om zich met de opvoeding van zijn kind te bezig te houden en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn kind. Er wordt ook gelet op de onderhoudsplichten van een vader jegens zijn kinderen. Juridisch vaderschap gaat dus verder waar biologisch vaderschap begint. Dit moeten we vastleggen.” Momenteel worden er gesprekken met de ministerie van Justitie gevoerd over het recht op vaderschap. Ook is er een motie over gezinsbeleid in de Tweede Kamer aangenomen (zie hiervoor stemming 1 en 3 van bijgevoegd stuk). Dr. Helberg benadrukt dat de situatie niet omgedraaid mag worden. “Niet omdat kinderen door een alleenstaande moeder zijn opgevoed, zijn ze in de criminaliteit beland. Wat we wel zien is dat kinderen die alleen door hun moeder opgevoed worden minder kansen hebben. De kans dat ze in een achterstandssituatie belanden is daardoor groter. Niet voor niets is er een moeder én een vader.” In België bestond het verschil tussen natuurlijke kinderen en wettige kinderen. Dit is nu opgeheven. In het Caribische gebied is dit onderwerp erg actueel. In Costa Rica is sinds 2001 een wet ingesteld: Ley de Paternidad Responsable, waar de verantwoording van zowel de moeder als de vader wordt benadrukt. Hieruit blijkt dat het aantal kinderen dat geboren wordt waarvan ‘vader onbekend’ wordt geregistreerd op de geboorteakte drastisch is gedaald, evenals het aantal kinderen uit zwangerschappen. Het aantal kinderen waar de moeder én vader zorg dragen voor hun kind is drastisch gestegen. “Dat zijn interessante gegevens” aldus Dr. Helberg. Op de Nederlandse Antillen heeft de Fundashon Sentro di Dama (SEDA: een vrouwenbeweging) een uitgebreid onderzoek gedaan naar wat er in het Caribisch gebied plaatsvindt op het gebied van vaderschap. In de Staten ligt een wetsontwerp Landsverordening aanwijzing verwekker ter behandeling. Daarin wordt voorgesteld om de moeder een bevoegdheid te geven te verklaren bij de burgerlijke stand wie de vermoedelijke verwekker van het kind is. Op Curaçao leeft een kwart van de kinderen met ‘vader onbekend’ op de geboorteakte. “Wat we zien in Nederland is dat de kinderen die hier problemen hebben ook op Curaçao problemen hadden. Dit zijn veelal kinderen van achterstandsfamilies.” Dr. Helberg vertelt dat hij tijdens een interview wat vertelde over zijn vader en moeder. De interviewer reageerde met: “Goh, is jouw vader dan wel in the picture?” Dit choqueerde Dr. Helberg enorm. “Dit beeld over Antillianen en hun verantwoordelijkheid als vader moeten we voorkomen.” Wettelijke erkenning van kinderen door vaders Dr. Helberg pleit dus voor de wettelijke verplichting van zowel de moeder als de vader om hun kind te erkennen bij geboorte. Naast het gegeven dat mannen hun verantwoordelijkheid als vader moeten aanvaarden vertelt Dr. Helberg dat vrouwen (of moeders) hier ook een rol in hebben. “Soms zie je dat een vrouw een man het recht niet geeft betrokken te zijn bij de opvoeding. De man kan dit geschil aangaan, maar dit kost jaren. Jaren van ellende. En daarnaast zijn er ook vaders die kinderen bij bosjes krijgen en die niet erkennen. Ik geloof niet echt in alleen voorlichting geven. Daarnaast geven we in de Nederlandse samenleving uitgebreid aandacht aan mishandeling van een kind, maar we laten de verwaarlozing die al in het begin van het leven kan ontstaan, rustig bestaan als hij/zij niet mag weten wie de vader is. We noemen dit afstemmingsonrust.” Dr. Helberg legt uit dat kinderen dan blijven vragen wie hun vader is tot dit op een gegeven moment ophoudt. Dit betekent niet dat ze dit hoofdstuk goed hebben afgesloten. Dr. Helberg is ervan overtuigd dat deze afstemmingsonrust grote gevolgen heeft voor vooral jonge jongens. Bij het Riagg, waar Dr. Helberg parttime werkt, ziet hij tot 12 jaar meer jongens dan meisjes die worden aangemeld. Hij verklaart dit doordat jongens in vele opzichten kwetsbaarder zijn dan meisjes. School en hulpverlening spreken echter veel meer de taal en zijn meer gericht op de vaardigheden van meisjes dan jongens. “We zien het op school door de grotere schooluitval van jongens dan meisjes. Jongens zijn niet dommer dan meisjes, maar het onderwijs is veel meer gericht op meisjes. Denk hier aan mooi schrijven, lief zijn, vragen stellen, inzicht, begrip tonen voor anderen en dat soort zaken. Jongens zijn op dat moment van hun leven hier nog niet aan toe. Als jongens niet weten wij hun vader is en daardoor nergens terecht kunnen voor vragen die op school niet beantwoord kunnen worden, dan gaan ze op straat op zoek naar een vaderfiguur. Op straat een rolmodel zoeken is geen goed idee, want je vindt bijna nooit een goede”. Deze kinderen krijgen de zorg en antwoorden niet thuis en moeten dan naar de Jeugdzorg keren. Inmiddels zijn er enorme wachtlijsten ontstaan. “Dat verdient onze nationale aandacht. Bij Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) zou het onderwerp vaderschap, hoog op de agenda moeten staan.” Daarnaast valt op dat tot 12 jaar veel meer jongens worden aangemeld voor hulpverlening dan meisjes, maar dat dit na 12 jaar verandert. “Wil dit zeggen dat meisjes later meer problemen krijgen? Of wil dit zeggen dat de jongens nu minder passende hulp krijgen en daardoor minder in beeld blijven? Het laatste is volgens mij het geval. Zelfredzaamheid van jongens komt later, maar ze hebben daarvoor passende hulp nodig en een vaderfiguur die hun emotioneel en financieel steunt, anders zie je ze in een ander circuit terugkomen namelijk dat van justitie. De jongen gaat rebelleren tegen de autoriteiten als vervanging voor zijn afwezige vader.” Volgens Dr. Helberg zouden veel ouders zich niet bewust zijn van wat het hebben van een kind daadwerkelijk betekent. Bij Antilliaanse mannen heerst vaak een machocultuur. Het ‘bewijzen van mannelijkheid’ betekent hier dat één man bij meer dan één vrouw kinderen heeft en geen verantwoordelijkheid neemt voor deze kinderen omdat het ‘niet nodig zou zijn’. Toch bleek onlangs bij de bijeenkomst over vaderschap (di Tata pa Tata – Voor vaders van Vaders) in het Antilliaanse inloopcentrum “Nos Por” dat Antilliaanse mannen wel degelijk betekenis willen hebben voor hun kinderen, maar ze weten niet hoe. Zij zeggen dat zij thuis niet geleerd hebben met hun ouders te praten, dat ze eerder leerden dat zij hun mond moesten houden. Daarnaast noemen zij zelf dat er een probleem is met de liefde”. Dit heeft te maken met de liefde tussen partners. De liefde van deze mannen voor hun vrouwen bij wie ze een kind verwekken. Dr. Patterson heeft dit de ‘poisonous relationships’ genoemd, die vaker voorkomen in post colonial en post slavery samenlevingen.” Volgens Dr. Helberg vertaalt dit zich door naar vaderschap en hoe mannen in het algemeen (niet alleen Antillianen) staan tegenover hun rol als vader. “Initiatieven als di Tata pa Tata en Vitamine V(aders) zijn zeer belangrijk in het bewerkstelligen van een ‘recht op vaderschap’. Ze brengen namelijk vaders in beeld. Iets wat veel te weinig wordt gedaan.” Tot slot Dr. Helberg stelt voor om met de mannen te spreken in hun eigen taal. Dit betekent niet alleen letterlijk in hun moedertaal, bijvoorbeeld Papiaments, maar ook figuurlijk. Bijvoorbeeld tijdens een dominoavond in een buurtcentrum. “In Amsterdam bij Nos Por worden dit soort avonden georganiseerd voor de liefhebbers. Als je gedurende zo’n informeel, laagdrempelig moment met de mannen over vaderschap spreekt dan luisteren ze beter en kunnen ze ook meer inzicht geven over hun standpunten, dan als je dit in een kamerdebat en vervolgens in een onderzoek of persbericht aan deze groep mannen voorschotelt. En iedereen: Antilliaanse Nederlanders en Europese Nederlanders kunnen hier hun steentje aan bijdragen.” Daarnaast benadrukt Dr. Helberg dat dit niet een Antilliaans probleem is, maar een kwestie die een ieder raakt. “Er wordt vaak geprobeerd problemen te relateren aan etnische herkomst. Maar iedereen die naar Nederland komt, heeft hetzelfde doel, namelijk om gelukkig te zijn en om je kinderen tot een volwaardig mens groot te brengen. Geen enkele zwangere vrouw droomt ervan om een kind te krijgen dat in de criminaliteit belandt; iedereen droomt van grote en bijzondere momenten in het leven van het kind. Antillianen zijn daar niet anders in. Dit zijn algemene menselijke principes. Door het juridische vaderschap wettelijk vast te stellen kan deze droom voor meer mensen – kinderen, moeders, vaders - een realiteit worden.” Bron: Nicis Institute, Elizabeth Winkel Bestanden terug |






