Bureau MOED begeleidt Antillianen met veelvuldige problemen 23-02-2010 MOED staat voor Maatwerk Onder Een Dak. Het doel van MOED is het ontwikkelen en toepassen van aanpakken die bij jongeren en/of hun gezin past. MOED is een organisatie- en adviesbureau die voortdurend de trends en ontwikkelingen volgt en deze vertaalt in haar producten en diensten. MOED vertaalt kansen en mogelijkheden met als uitgangspunt het ontwikkelen en verschaffen van een optimale persoons- en/of situatiegebonden aanpak. Het adviseren, begeleiden en coachen wordt voortgezet tot de doelstellingen (wederzijds) zijn behaald. Dit vereist doorzettingsvermogen van zowel de jongeren als de casemanagers van MOED om de gewenste resultaten te behalen. In eerste instantie is MOED begonnenin Den Haag met het begeleiden van Marokkaanse jongeren en hun ouders. Het doel van MOED is het verminderen van voortijdig schooluitval. Hier is in 2008 onderzoek naar gedaan door Jaap Noorda in opdracht van Dienst Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Gemeente Den Haag. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het 'Evaluatie IMAR 2006-2008'. Het rapport evalueert het programma Impuls voor Marokkaanse Risicojongeren (IMAR). Het actieprogramma is gericht op Marokkaanse jongeren van 12 tot 24 jaar die een hoog risico lopen af te glijden naar criminaliteit en de gezinnen van deze jongeren. Daarvoor zijn een achttal verschillende typen begeleidingstrajecten ingezet met als doel het voorkomen van schooluitval, resocialisering en arbeidstoeleiding. Ook MOED is door Noorda onderzocht op onder andere de resultaten en effecten van IMAR voor individuele jongeren en de maatschappij. Hieruit bleek dat MOED ertoe bij heeft gedragen dat:
Aanpak Vanaf januari 2010 is MOED begonnen met de begeleiding van Antilliaanse risicojongeren en hun gezinnen. Hiervoor is MOED op vier scholen actief. Sinds de start van het programma voor Antilliaanse risicojongeren zijn er al veertig jongeren in begeleiding. Volgens Yamina Bekkali, casemanager bij MOED, is er voor Antillianen een andere benadering vereist dan bij de Marokkaanse risicojongeren. Zo wordt bijvoorbeeld bij Antillianen gelet op één-op-één hulp. Hierbij krijgt de ene leerling meer tijd en begeleiding dan de andere afhankelijk van de noodzaak voor begeleding. Naast de jongeren waar het al mis mee gaat op school, richt MOED zich ook op de jongere waar nog geen veelvuldige problemen zijn ontdekt. Dit vormt een preventieve inzet om te voorkomen dat een jongere knel komt te zitten op school. Daarnaast hoopt MOED op deze manier te voorkomen dat het gedrag van jongeren verergert waardoor de jongeren van school worden gestuurd of door slechte resultaten hun diploma niet behalen. Het voordeel, volgens Noorda, van de werkwijze van MOED is dat ouders actief betrokken zijn bij het programma. MOED is hierdoor in staat een brug te slaan tussen leerling, ouders en school. De casemanagers van MOED hebben direct contact met zowel leerlingen als docenten en de zorgadviesteams van de scholen. Hierdoor kan snel en adequaat actie worden ondernomen. Het traject van MOED duurt acht weken. Sommige leerlingen worden echter langer begeleid omdat dat nodig is. Volgens Noorda zou dit op den duur ervoor kunnen zorgen dat er te weinig doorstroom is en de caseload te groot wordt voor het aantal beschikbare fulltimers. Bron: 'Evaluatie IMAR 2006-2008: Resultaten en adviezen' door Jaap Noorda LinksBekijk het onderzoek van Jaap Noorda getiteld 'Evaluatie IMAR 2006-2008: Resultaten en adviezen'Bekijk de website van MOED terug |






