"Een strategisch diversiteitbeleid van gemeenten is absoluut noodzakelijk" 26-10-2007 “Het is een absolute noodzaak voor gemeenten om een strategisch diversiteitbeleid voeren. Zodra diversiteitbeleid een strategisch karakter krijgt, ontstaat er een win-win situatie. Door de strategische insteek kunnen zij hun klanten – de burger – beter dienen én worden hun doelstellingen eenvoudiger bereikt. Diversiteit moet daarvoor in de gehele organisatie doorgedrongen zijn.” Dit zegt Artwell Cain, die op 26 oktober 2007 aan de Universiteit van Tilburg promoveerde op de studie ‘Social mobility of Ethnic Minorities in The Netherlands’. Nog te vaak ziet Cain dat diversiteitbeleid het karakter heeft van een ‘allochtonenbeleid’, waarbij de aandacht te specifiek gericht is op groepen etnische minderheden. “Dergelijke specifieke aandacht leidt al snel tot het bestempelen van een groep ‘zielige buitenlanders’. Een strategisch diversiteitbeleid onderstreept juist de meerwaarde van etnische minderheden in de organisatie.” Voor zijn proefschrift hield Cain 55 diepte interviews met succesvolle etnische minderheden en Nederlanders (managementniveau). Uit de interviews bleek onder andere dat etniciteit een significantie rol speelde in de opwaartse mobiliteitsprocessen en kansen van de respondenten uit de etnische minderheidsgroepen. Enerzijds had dit te maken met de wijze waarop zij zich identificeren met de eigen groep en anderzijds was dit een kwestie van hoe zij vanuit de optiek van etniciteit in de samenleving gezien en benaderd werden. Cain ziet dit als een onderbouwing van de theorie dat etniciteit een rol zal blijven spelen in de opwaartse mobiliteitsprocessen en kansen van etnische minderheidsgroepen. De studie van Cain is de eerste promotie van de Stichting Vorming Multicultureel Kader (SVMK). De SVMK is opgericht om de ontwikkelingen van het hoger intellectueel kader van allochtonen te bevorderen. Rolmodellen Cain bepleit een personeelsbeleid op basis van kennis uit onderzoek en praktijk, dat meer gericht is op diversiteit, training en het excelleren van talenten van allochtone werknemers. Het delen van ervaringen door succesvolle allochtonen zou ook effect sorteren. Nu er steeds meer rolmodellen komen in hogere functies, kunnen zij anderen stimuleren en daarmee ook het negatieve imago van minderheden verbeteren. Tevens zouden leidinggevenden zich moeten realiseren dat het stimuleren van allochtone werknemers ten goede komt aan de resultaten van de organisatie. Verloop van de promotie De oppositie werd tijdens de promotie gevoerd door Prof. dr. Ph. Essed (Antioch University, VS), Prof. dr. P.L. Meurs (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Prof. dr. P. Verweel (Universiteit Utrecht). Prof. dr. Ph. Essed noemt het proefschrift van Cain ‘highly relevant’ en ‘disciplined and structured’. Als een sterk punt benoemt zij het meenemen van de sociaalhistorische context en rekening houden met de genderdimensie bij onderwerpen als opwaartse sociale mobiliteit van etnische minderheden. Essed ondervraagt Cain over hoe de opwaartse mobiliteit voor komende generaties etnische minderheden gegarandeerd kan worden. Cain stelt hierop dat binnen organisaties het toegevoegde waarde diversiteitsbeleid moet doordringen. “Werkgevers doen zichzelf tekort, wanneer zij géén diversiteitsbeleid voeren.” Ook van belang is dat de succesvolle etnische minderheden in het beleid worden meegenomen. “Zij kunnen als inspiratie dienen voor anderen. De opvoedplicht van de sociale stijgers moet benadrukt worden,” aldus Cain. Prof. dr. P.L. Meurs begint ook met een compliment voor Cain. Zij stelt dat de focus van het proefschrift op succesvolle etnische minderheden zorgt voor een frisse blik op de materie. Het is in de wetenschap immers gangbaarder om tot verklaringen te komen van de achterstanden van etnische minderheden. Meurs voelt Cain aan de tand wat precies de interactie is tussen stappen die etnische minderheden zelf nemen voor hun opwaartse mobiliteit en stappen die de organisaties ondernemen. Cain antwoordt dat organisaties moeten zijn ingericht op hun doelen. De mensen zijn hiervoor de instrumenten. Dit moet op elkaar afgestemd worden. Prof. dr. P. Verweel complimenteert Cain met de duidelijk in het proefschrift aanwezige connectie met de realiteit. Verweel daagt Cain uit om te benoemen wat nu precies de meerwaarde is van zijn kwalitatieve analyse. Cain stelt hierop dat zijn manier van ondervragen (“fellowship linkage”) de respondenten de gelegenheid heeft gegeven vrij te praten. Hij acht zichzelf in staat geweest het onderste uit de respondenten naar boven te hebben gehaald. Uitgave Titel: Social Mobility of Ethnic Minorities in the Netherlands: The peculiarities of social class and ethnicity LinksAuteur: Artwell Cain E-mail: acain@planet.nl ISBN: 9789059722231 Uigever: Eburon Academic Publishers http://www.eburon.nl/ Link naar Stichting Vorming Multicultureel Kader (SVMK)Link naar Ace Advies terug |






