48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Sociale cohesie > Emancipatie > Emancipatie in estafette. ...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Stage vergroot wee...Rolmodellen helpen...Ambassadrices bege...meer
Vrouwen in Hengelo...Initiatiefgroep be...Participatieteam A...Haagse Vrouwenweek...Dialoog, sleutel t...Haags EmancipatieN...Vrouwenrechten in ...

Wetenschappelijke onderzoeken
Doelstelling plan ...De brede school al...Gezinsbewust emanc...meer
Een balans opgemaa...Variatie in partic...Arbeidstoeleiding ...

Artikelen

Instrument: beleid...Participatieagenda...Toolkit Participat...meer
Gespierde taalBrief van de minis...

-
-
Emancipatie in estafette
0

Inleiding
In veel gevallen hebben de vrouwen uit etnische minderheden in de Nederlandse samenleving een dubbele achterstand in te halen, ten opzichte van mannen en van autochtone vrouwen. Dit stelt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in haar onderzoek ''Emancipatie in Estafette. De positie van vrouwen uit etnische minderheden" Het rapport beschrijft de positie van in Nederland woonachtige Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Molukse vrouwen. Hun positie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt staat centraal. Ook wordt aandacht besteed aan hun inkomenspositie.
Probleemstelling
Wat is de positie van in Nederland woonachtige Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Molukse vrouwen?
Conclusies
• Tweederde van de Turkse en Marokkaanse vrouwen bevindt zich in een kansarme positie. Deze vrouwen hebben weinig of geen opleiding genoten, hebben geen baan en een laag inkomen.
• De positie van Surinaamse en Antilliaanse vrouwen is aanzienlijk beter. Van hen verkeert een derde in een kansarme positie. Molukse vrouwen nemen een tussenpositie in, tussen enerzijds de Surinaamse en Antilliaanse vrouwen en anderzijds de Turkse en Marokkaanse.
• Meer dan de helft van de Surinaamse, Molukse en Antilliaanse vrouwen heeft een baan; dat is vrijwel hetzelfde percentage als bij de Nederlandse vrouwen. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwen had in 2002 iets meer dan een kwart een baan.
• Surinaamse vrouwen hebben de hoogste inkomens, Marokkaanse vrouwen de laagste.
• Turkse en Marokkaanse vrouwen trouwen vroeg, meestal met een partner uit het land van herkomst. Wel krijgen vrouwen uit de tweede generatie in vergelijking met hun moeders minder en op latere leeftijd kinderen.
• Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen die zich vanwege een huwelijk in Nederland vestigen, verkeren in een ongunstige positie. Dit geldt nog meer voor de vrouwen dan voor de mannen.
• Voor de allochtone meisjes die vanaf het begin het Nederlandse onderwijs volgen ziet het beeld er aanmerkelijk gunstiger uit. Surinaamse meisjes staan er het beste voor. Turkse en Marokkaanse meisjes hebben in het voortgezet onderwijs hun achterstand op de jongens ingelopen. In vergelijking met de prestaties van autochtone leerlingen is er overigens nog wel sprake van achterstand.
Contactgegevens
Sociaal en Cultureel Planbureau
Datum uitgave
24/02/2004
Gegevens publicatie
Auteur: Groeneveld S., W. van der Laan Bouma-Doff, T. Marx, A. van Putten, M.Gijsberts en A. Merens

Links
Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek

Bestanden
Download hier het onderzoek (PDF, 704KB)

Documenttype
onderzoek
Thema's
Sociale cohesie
Trefwoorden
Emancipatie
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed