48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Werk > Werkloosheid > Allochtonen lopen groter risico op ...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Instroombevorderin...
Wetenschappelijke onderzoeken
Hoge werkloosheid ...Etnische minderhed...Europese Verkennin...meer
Evaluatie Stimuler...Leren werkt... De ...Perspectief op wer...Arbeidsdeelname et...

-
-
Allochtonen lopen groter risico op armoede

Inleiding
Allochtonen en eenoudergezinnen hebben de grootste kans op armoede. Van de huishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinner had in 2004 meer dan 30 procent te maken met een laag inkomen tegen 8 procent van de autochtone huishoudens. Dit is een van de conclusies uit het Armoedebericht 2006, een gezamenlijke publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).  
Beschrijving
Armoede stijgt tot in 2005 en daalt daarna. In 2004 moest 10,3 procent van de huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Daarmee is de armoede in Nederland net als in 2003 verder toegenomen. Ramingen wijzen op een verdere stijging in 2005, maar in 2006 buigt de negatieve trend om. In 2002 hadden 596 duizend huishoudens een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Dat is het laagste aantal sinds 1990. Het ging om 9,1 procent van alle huishoudens. Daarna is dit aandeel gestegen tot 10,3 procent in 2004. Er waren toen 674 duizend huishoudens met een laag inkomen.
Eenoudergezinnen met minderjarige kinderen hebben de grootste kans op armoede. Zo hadden in 2004 vier op de tien eenoudergezinnen met minderjarige kinderen een inkomen onder de lage-inkomensgrens. In 2004 hadden twee op de tien van deze alleenstaanden een laag inkomen. 
Financiële problemen bij lage inkomens toegenomen De toename van armoede in de periode 2002-2005 blijkt ook uit aanvullende indicatoren. Zo is de vermogenspositie van huishoudens met een laag inkomen tussen 2002 en 2004 verslechterd. Ruim de helft van deze huishoudens kampte in 2004 met een openstaande niet-hypothecaire schuld. In 2002 was dit nog maar bij één op de drie het geval. Ook hadden in 2005 bijna twee keer zoveel huishoudens met een laag inkomen een of meer betalingsachterstanden als in 2002. Daarnaast is het aandeel mensen met een laag inkomen dat zelf aangeeft moeilijk rond te komen, tussen 2001 en 2005 gestegen van 27 procent naar 44 procent. Ten slotte gaven steeds meer huishoudens aan dat ze gezien hun financiële situatie schulden moesten maken. In de eerste acht maanden van 2006 is dit aantal echter niet verder gestegen.
De inkomenspositie van gepensioneerden is overigens sinds 2000 verbeterd. Het aandeel 65-plus huishoudens met een laag inkomen daalde tussen 2000 en 2004 van 12 procent naar 7 procent. Volgens ramingen zal dit in 2007 verder zijn afgenomen tot ruim 3 procent.
Bron
Centraal Bureau voor de Statistiek
Documenttype
nieuws
Thema's
Werk
Trefwoorden
Werkloosheid
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed