48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Integratie > Integratie algemeen > Rapportage minderheden ...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Dordrecht eerste g...Radio helpt Ghanez...Oprichten Integrat...meer
Uitvoering integra...Effectief integrat...

Wetenschappelijke onderzoeken
Rotterdamse alloch...Het integratiebele...Kwart van de Amste...meer
SCP: Integratie va...Integratie van all...Integratiekaart 20...Wethouders Integra...Marokkanen in Nede...Schatting aantal n...RMO advies: van ee...

Artikelen

Handreiking helpt ...Den Helder evaluee...Wetsvoorstel inzak...meer
Integratiemonitor:...Jaarnota Integrati...Gewoon doen! Aanbe...Integratiewijzer G...Handreiking kernbe...Integratie en burg...Integratiekaart 20...

-
-
Rapportage minderheden 2003
0

Inleiding
Aan de hand van nieuwe gegevens wordt in dit rapport de deelname van de minderheden aan het onderwijs belicht. Kinderen van immigranten uit Marokko en Turkije presteren steeds beter op school. De arbeidsmarkt komt ook aan bod. De werkloosheid onder minderheden daalde spectaculair, maar kunnen zij hun positie ook consolideren. Het laatste deel van dit rapport gaat in op de culturele aspecten van integratie. Wat voor kijk hebben de verschillende etnische groepen op gezin en familie, opvoeding, man-vrouwverhoudingen en religie?
Probleemstelling
Hoe staat het met de integratie? Op welke wijze en in welke mate hebben de minderheden deel aan ons maatschappelijk systeem?
Conclusies
Demografie
• In 2000 kwamen 45.000 niet-westerse allochtonen méér ons land binnen dan er vertrokken. In 2002 was dit vestigingsoverschot gedaald tot 35.000. Ondanks deze daling blijft het aandeel van de etnische minderheden in onze bevolking nog toenemen. In de grote steden bestaat ongeveer een derde van de bevolking uit niet-westerse allochtonen. Onder jongeren in de grote steden vormt deze groep inmiddels de meerderheid.
Beeldvorming
• Van de verschillende etnische minderheden zegt 70 à 80% het fijn te vinden om in Nederland te wonen.
Een meerderheid van de autochtonen vindt dat Nederland te veel allochtonen telt, bijna de helft van de allochtonen is diezelfde mening toegedaan.
• Allochtonen worden naar eigen zeggen niet vaak met discriminatie geconfronteerd. Tussen de 5 en 8% zegt persoonlijk veelvuldig op discriminatie te stuiten.
Arbeidsmarkt
• De arbeidsparticipatie van de verschillende etnische groepen is in de periode 1994-2002 sterk gestegen. Bij Marokkaanse vrouwen steeg deze participatie van 20 naar 30%; bij de Marokkaanse mannen van 36 naar 59%. Bij Turkse vrouwen was sprake van een verdubbeling van 16 naar 32%, bij de Turkse mannen was er een toename van 41 naar 59%.
• In de periode 1994-2002 daalde de werkloosheid onder minderheden van 20 a 30% naar minder dan 10%. In 2003 is de werkloosheid echter weer opgelopen. Zo ligt de jeugdwerkloosheid onder Surinamers en Antillianen inmiddels weer boven de 25%.
Onderwijs
• In de periode 1988-2002 steeg onder Turken het aandeel gediplomeerden op minimaal mbo-niveau van 7 naar 26% en onder Marokkanen van 3 naar 29%. Het aandeel Turkse en Marokkaanse jongeren zonder startkwalificatie is echter nog steeds aanzienlijk (resp. 55% en 65%).
• Een groot deel van de Turkse en Marokkaanse huwelijksmigranten, maar ook van de tussengeneratie (tussen hun 6e en 18e jaar naar Nederland gekomen) heeft maar weinig opleiding genoten. Bovendien hebben deze groepen veel moeite met de Nederlandse taal.
• In het basisonderwijs boeken Turkse en Marokkaanse leerlingen goede vooruitgang in rekenen, al staan zij nog altijd op achterstand. In taal lopen zij nog ongeveer twee leerjaren achter op de autochtonen. Met de Surinaamse leerlingen gaat het beter dan met de Turkse en Marokkaanse leerlingen; met de Antilliaanse leerlingen gaat het in bijna alle opzichten slechter dan voorheen.
• De schooluitval onder Turkse en Marokkaanse jongvolwassenen neemt af. Desalniettemin had in 2002 circa 17% van de Marokkanen en 21% van de Turken van 15-34 jaar geen diploma in het Nederlandse onderwijs gehaald.
• De deelname van autochtone jongeren aan havo/vwo steeg van 35% in 1995/6 tot 45% in 2001/2. In diezelfde periode steeg het aantal Marokkaanse leerlingen van 8 naar 19% en het aantal Turkse van 17 naar 22%.
• De meeste allochtone jongeren kiezen voor een vervolgopleiding in het mbo. De instroom van Turkse en Marokkaanse jongeren in het hbo is bijna verdubbeld van 9% in 1995 tot 17% in 2001. De instroom in het universitair onderwijs volgde eenzelfde ontwikkeling en ging van circa 3 naar circa 6%.
Contactgegevens
Sociaal en Cultureel Planbureau
Datum uitgave
23/10/2003
Gegevens publicatie
Auteur: Dagevos, J., M. Gijsberts, C. van Praag

Bestanden
Rapportage minderheden 2003 (PDF, 1.7MB)

Documenttype
onderzoek
Thema's
Integratie
Trefwoorden
Integratie algemeen
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed