48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Integratie > Integratie algemeen > Bronnenonderzoek Integr...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Dordrecht eerste g...Radio helpt Ghanez...Oprichten Integrat...meer
Uitvoering integra...Effectief integrat...

Wetenschappelijke onderzoeken
Rotterdamse alloch...Het integratiebele...Kwart van de Amste...meer
SCP: Integratie va...Integratie van all...Integratiekaart 20...Wethouders Integra...Marokkanen in Nede...Schatting aantal n...RMO advies: van ee...

Artikelen

Handreiking helpt ...Den Helder evaluee...Wetsvoorstel inzak...meer
Integratiemonitor:...Jaarnota Integrati...Gewoon doen! Aanbe...Integratiewijzer G...Handreiking kernbe...Integratie en burg...Integratiekaart 20...

-
-
Bronnenonderzoek Integratiebeleid
0

Inleiding
De tijdelijke commissie Onderzoek Integratiebeleid wilde direct na aanvang van haar werkzaamheden beschikken over het rapport van een te houden bronnenonderzoek naar het integratiebeleid. Het rapport bestaat uit twee delen: een beschrijving van het algemene gevoerde integratiebeleid en een afzonderlijk deelrapport over de consistentie, samenhang en succes van het integratiebeleid.
Probleemstelling
Welk integratiebeleid kende Nederland in de afgelopen 30 jaar en in hoeverre is dit beleid als succesvol te kwalificeren?
Beschrijving
Een constatering door de onderzoekers vooraf is dat de resultaten moeilijk tot het gevoerde integratiebeleid te herleiden zijn. Een reden hiervoor is het lang ontbreken van een lijn tussen doelstellingen, instrumenten, verwachte resultaten en meting daarvan. Pas de laatste jaren heeft onderzoek naar de effectiviteit van het beleid meer aandacht gekregen.
Conclusies
• De integratie van allochtonen heeft vanaf de jaren tachtig permanent de aandacht gehad in de politiek. Naast hun maatschappelijke positie en de verhouding tussen immigratie en integratie, zijn daarbij ook onderwerpen als culturele inpassing, interetnische verhoudingen en de matige effectiviteit van het beleid regelmatig voor het voetlicht gekomen.
• De grootste mate van consistentie is te zien in de sociaal-economische positie van nieuwkomers en hun kinderen. Voor de arbeidsmigranten uit landen als Turkije en Marokko werd vanaf de jaren tachtig aanvankelijk vastgehouden aan het uitgangspunt van een tijdelijk verblijf in Nederland, en was het beleid vooral gericht op cultuurbehoud met het oog op een soepele terugkeer.
• In het begin van de jaren tachtig ontstond een tweesporenbeleid: naast integratie in sociaal-economische zin werd ook ondersteuning van de identiteitsontwikkeling en van groepsgewijze emancipatie nagestreefd. Vanaf het midden van de jaren tachtig verdween het doel van identiteitsondersteuning naar de achtergrond.
• Welzijnsvoorzieningen zijn geleidelijk afgebouwd. Vervolgens werden zelforganisaties gesubsidieerd onder de voorwaarde dat zij integratie van hun achterban als een van hun doelstellingen hadden. Zelforganisaties werden door de overheid ook gezien als gesprekspartner en als brug tussen etnische groepen en 'de meerderheid'.
• Om de sociaal-economische achterstand van allochtonen te bestrijden werd vanaf het midden van de jaren tachtig ingezet op individuele emancipatie. Het tegengaan van zorgafhankelijkheid, door activering en het stimuleren van zelfverantwoordelijkheid, werd steed belangrijker.
• Vanaf de jaren negentig werd het achterstandenbeleid verder aangevuld met inburgeringsbeleid voor nieuwkomers. Eind jaren negentig is dit beleid ook gericht op oudkomers met (taal)achterstanden en kreeg het een meer verplichtend karakter.
• In de laatste jaren is het idee van groepsemancipatie op identiteitsbasis definitief verlaten en is cultuurbehoud steeds meer gaan gelden als risico voor integratie en voor sociale cohesie. Daarnaast vormt het zwarter worden van wijken en scholen een steeds groter bron van zorg.
• De auteurs concluderen dat de doelstellingen van de regeringen met betrekking tot het opheffen van sociaal-economische achterstanden gerealiseerd zijn. Dit geldt vooral op het terrein van het onderwijs; voor het wonen en vooral werken zijn de evenredigheidsdoelstellingen minder gehaald.
• In het rapport wordt niettemin gesproken van een redelijk succes dat houdt verband met de sleutelfunctie van het onderwijs: succes op dit terrein opent de weg naar (beter) werk en inkomen, en is een voorwaarde voor verbetering van de woonsituatie. Verhuizen naar kansrijke wijken heeft zowel bij de overheid als bij allochtonen zelf de voorkeur, maar dat is afhankelijk van hun sociaal-economische positie.
Contactgegevens
Verwey-Jonker Instituut
Datum uitgave
30/04/2003
Gegevens publicatie
Auteur: Rijkschroeff R., J. Willem Duyvendak en T. Pels

Bestanden
Download hier het Bronnenonderzoek van Verwey-Jonker (PDF, 1.622KB)
Download hier het Bronnenonderzoek SDU (PDF, 1.864KB)
Lees hier het document Aanvullend bronnenonderzoek (PDF, 714KB)
Download hier de samenvatting Aanvullende bronnenstudies (PDF, 188KB)

Documenttype
onderzoek
Thema's
Integratie
Trefwoorden
Integratie algemeen
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed