48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Integratie > Integratie algemeen > Minderhedenmonitor 2002
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Dordrecht eerste g...Radio helpt Ghanez...Oprichten Integrat...meer
Uitvoering integra...Effectief integrat...

Wetenschappelijke onderzoeken
Rotterdamse alloch...Het integratiebele...Kwart van de Amste...meer
SCP: Integratie va...Integratie van all...Integratiekaart 20...Wethouders Integra...Marokkanen in Nede...Schatting aantal n...RMO advies: van ee...

Artikelen

Handreiking helpt ...Den Helder evaluee...Wetsvoorstel inzak...meer
Integratiemonitor:...Jaarnota Integrati...Gewoon doen! Aanbe...Integratiewijzer G...Handreiking kernbe...Integratie en burg...Integratiekaart 20...

-
-
Minderhedenmonitor 2002
0

Inleiding
Een van de kenmerken van de stad Rotterdam is de grote etnische diversiteit in de samenstelling van de bevolking. Vanwege deze diversiteit, alsmede de snelle veranderingen die zich in de bevolkingssamenstelling voordoen, bestaat er behoefte aan informatie over de positie die de verschillende groeperingen innemen.
Probleemstelling
Hoe is de ontwikkeling van allochtonen in Rotterdam op het gebied van demografie, huisvesting, onderwijs, arbeid en de vertegenwoordiging in het gemeentelijke personeelsbestand? Hoe is de ontwikkeling van de in-, door- en uitstroom van allochtonen bij Rotterdamse Bestuursdienst en welke verklarende factoren zijn daarbij van belang? En hoe is het bereik van zorginstellingen onder allochtone ouderen?
Conclusies
• Het aandeel Rotterdammers van allochtone herkomst en de etnische diversiteit binnen de allochtone bevolking neemt toe. Enkele nieuwe migrantengroeperingen neemt zelfs sterk toe. De laatste jaren is de ongelijke verdeling van allochtonen over delen van Rotterdam afgenomen en deze afname is sterker dan in andere steden.
• Het bestaan van witte en zwarte scholen in het basisonderwijs hangt samen met het bestaan van concentratiewijken. Het overgrote deel van de ouders stuurt hun kind naar een basisschool in de eigen buurt. Het beeld dat ouders massaal, vanwege de etnische samenstelling van een school, voor hun kind een basisschool in een andere dan de eigen woonbuurt zoeken, blijkt voor Rotterdam niet op te gaan.
• Voor nieuwkomers in het onderwijs, de zogenoemde zij-instromers, bestaan speciale opvangvoorzieningen. Deze blijken echter maar door een gedeelte van de nieuwkomers te worden bezocht. Voor de opvangvoorziening in het basisonderwijs liggen de deelnamepercentages bij de groeperingen die van huis uit geen Nederlands spreken tussen de 23 en 47%. In het voortgezet onderwijs ligt de deelname onder de niet-Nederlands sprekende allochtone nieuwkomers gemiddeld op 55%.
• Er bestaan nog steeds grote verschillen tussen allochtonen en autochtonen voor wat betreft hun onderwijspositie. Zowel bij de CITO-eindtoetsen, het voortgezet onderwijs, doorstroom vanuit het voortgezet naar vervolgonderwijs en het behalen van een startkwalificatie, doen bepaalde allochtone groeperingen het gemiddeld slechter dan autochtonen. Er bestaan op deze punten belangrijke verschillen tussen de afzonderlijke etnische groeperingen.
• Allochtonen zijn vaker werkzoekend en hebben een kleinere kans om een baan te vinden dan autochtonen. De arbeids-deelname van allochtonen binnen het gemeentelijk apparaat is de laatste jaren fors gestegen. Hierbij merken de onderzoekers op dat gesubsidieerde arbeidsplaatsen bij deze stijging een belangrijke rol spelen.
• Onderzoek naar de arbeidsdeelname van allochtonen bij de Rotterdamse Bestuursdienst wijst uit dat (a) er op dit punt een aantal positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, (b) er desondanks verbeteringen nodig en mogelijk zijn, onder andere voor wat betreft het wervings- en selectieproces en de inzet van en verantwoordelijkheidsverdeling tussen
functionarissen die bij de werving en selectie betrokken zijn, en (c) dat een groot deel van het diversiteitbeleid niet is uitgevoerd.
• Het aandeel allochtonen onder de ouderen zal de komende 10 jaar sterk toenemen. Op dit moment bestaan er echter knelpunten in de aansluiting tussen instellingen voor ouderenzorg enerzijds en allochtone ouderen anderzijds. Hierbij spelen zowel kenmerken van allochtone ouderen een rol, zoals gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal en weinig bekendheid met en vertrouwen in formele voorzieningen, alsook kenmerken van de instellingen zelf, zoals onvoldoende inzet en deskundigheid om allochtonen beter te bereiken.
Contactgegevens
het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek
drs. E.W. Kruisbergen, tel. 0104088617
Datum uitgave
04/07/2003
Gegevens publicatie
Auteur: Distelbrink, M., C. Ergun, P. Geense, E. Kruisbergen, Th. Veld, W. van der Zanden

Links
Centrum voor Onderzoek en Statistiek

Documenttype
onderzoek
Thema's
Integratie
Trefwoorden
Integratie algemeen
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed