48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Integratie > Diversiteit > Doelgroepenbeleid op de werkvl...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
  • vacatures Nicis Institute
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Interculturele dan...Diversiteit voor h...Intercultureel Bes...meer
OPMA Trainingen - ...Wereldschool Utrec...Onbenut talent - D...Aan de grenzen Den...Verhalenderwijs - ...VerAnder(s)SAMEN

Wetenschappelijke onderzoeken
Diversiteit in kor...Succesvolle alloch...Kinderen op gemeng...meer
Maatschappelijk we...Aanbevelingen voor...Anders onderweg: m...Meer diversiteit i...Masterplan voor he...Actieplan Cultuurb...Uit elkaars buurt....

Artikelen

Handreiking om int...Gemeente Utrecht g...Interculturele Eff...meer
Lokale integratiek...Praktische methode...Wereldcafés: ontwi...Diversiteitsbeleid...Different voicesAllemaal Tilburger...Wat te doen met de...

-
-
Doelgroepenbeleid op de werkvloer weinig effectief
0

Inleiding
Wil de overheid of het bedrijfsleven de positie van allochtonen binnen arbeidsorganisaties verbeteren, dan is een doelgroepenbeleid gedoemd te mislukken. Diversiteitsmanagement is het meest gebaat bij aandacht voor individuele behoeften van werknemers en bij een beroep op gelijke doelen, rechten en plichten. Het overmatig benadrukken van culturele verschillen werkt averechts. Dit concludeert Juliette Schaafsma van de universiteit van Tilburg in haar proefschrift 'Ethnic diversity at work. Diversity attitudes and experiences in Dutch organisations'.
Probleemstelling
Hoe kijken werkgevers en werknemers aan tegen maatregelen om de positie van allochtonen te verbeteren?
Beschrijving
Schaafsma nam bij vijftien Nederlandse organisaties 219 diepte-interviews af, bij allochtone en autochtone werknemers, managers en personeelsfunctionarissen. Zij onderzocht welke barrières werkgevers zien bij het in dienst nemen van allochtonen en hoe werkgevers en werknemers aankijken tegen maatregelen om de positie van allochtonen te verbeteren.
Verder onderzocht zij de onderlinge verhoudingen op de werkvloer en de omgang met diversiteit op het werk. Schaafsma wilde ook weten in hoeverre werkgevers en werknemers vinden dat er op de werkvloer rekening moet worden gehouden met culturele of religieuze gebruiken zoals gebeds-, kleding- en voedselvoorschriften en feestdagen.
Conclusies
  • Het afgelopen decennium hebben overheid en bedrijfsleven een doelgroepenbeleid gevoerd. Doel was om de in- en doorstroom van allochtonen binnen arbeidsorganisaties te bevorderen, bijvoorbeeld via positieve acties. Verder werd beoogd om de onderling verhouding tussen autochtone en allochtone werknemers te verbeteren en culturele verschillen op de werkvloer te erkennen en te waarderen. Schaafsma concludeert in haar proefschrift dat dit diversiteitsbeleid vaak niet heeft geholpen.
  • Autochtone en allochtone werknemers staan neutraal tot positief tegenover een cultureel diverse werkomgeving wanneer er in hun organisatie aandacht is voor hun individuele kwaliteiten en wensen. Culturele verschillen hoeven niet problematisch te zijn, zolang de gemeenschappelijke doelen, taken, rechten en plichten helder zijn gedefinieerd en de uitvoering of de verdeling van het werk er niet te veel door wordt beïnvloed.
  • Belangrijker dan herkomst is voor veel werknemers dat collega's goed werken, behulpzaam zijn en bereid zijn een praatje te maken. Wanneer mensen in dit opzicht meer verschillen waarnemen, zijn de interetnische relaties ook minder harmonieus.
  • Autochtonen en allochtonen blijken doorgaans bereid om rekening te houden met verschillen in leefgewoonten zoals kleding- en gebedvoorschriften. Maar dan moet wel iedereen aanspraak kunnen maken op gelijksoortige rechten (een moslima mag best een hoofddoek, als een Nederlandse werknemer een pet op mag) en mag het een niet ten koste gaan van het ander: christelijke feestdagen kunnen dus niet zo maar worden ingeruild voor islamitische feestdagen.
  • De angst voor een voorkeursbehandeling van 'de ander' is groot. Autochtonen en, in mindere mate allochtonen, vonden doorgaans dat niemand geprivilegieerd zou moeten worden vanwege geloof of cultuur en dat allochtonen geen speciale groepsrechten zouden moeten krijgen. Doorgaans wezen de geïnterviewden daarom een doelgroepenbeleid (en dus zeker een voorkeursbeleid voor allochtonen) af.
  • Volgens Schaafsma is het goed mogelijk een arbeidsklimaat te creëren waarbinnen verschillen worden geaccepteerd en gerespecteerd, mits een beroep wordt gedaan op de mogelijkheden of rechten die iedereen heeft. Dat is veel beter dan het overmatig benadrukken van de culturele verschillen. Daarvoor is wel noodzakelijk dat men zich bij diversiteitsmanagement richt op alle werknemers, ongeacht hun etnische achtergrond.
Contactgegevens
Universiteit van Tilburg
Faculteit Communicatie en Cultuur
Juliette Schaafsma, tel. 0134663585
Datum uitgave
27/06/2007
Gegevens publicatie
Auteur: Schaafsma, J.
ISBN: 978-90-5260-234-9

Documenttype
onderzoek
Thema's
Integratie
Trefwoorden
Diversiteit
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed