48-uursservice-nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
home > thema's en dossiers > Economie > Ondernemen > Etnisch ondernemerschap > “Etnisch on...
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
-
  • thema's en dossiers
  • actueel
  • bijeenkomsten
  • parels van integratie
  • kennisprogramma's
  • contact
  • over KIEM
-
-
-
Praktijkvoorbeelden

Matriamarkt laat v...Marokkaans Onderne...Werelds Ondernemen...meer
Medina GroningenKrachtig Onderneme...Allochtone starten...

Wetenschappelijke onderzoeken
STIP-onderzoek: Ge...Huidige Europese r...Turkse en Marokkaa...meer
Nieuw ondernemersc...Niet-westerse allo...Wijkeconomie in Zu...Stimulatie allocht...Monitor Etnisch On...

Artikelen

Wat zijn de kansen...Handreiking maakt ...
-
-
“Etnisch ondernemerschap biedt positieve mogelijkheden citymarketing”

Inleiding
“De gemeente weet niet precies wat ‘etnische’ ondernemers werkelijk beweegt,” constateert Pascal Beckers, onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Maastricht en het UvA-onderzoeksinstituut IMES (Institute for Migration and Ethnic Studies). “Omdat beleid gericht op straatmanagement of wijkeconomie vaak van bovenaf wordt opgelegd, helpt dit niet in het aantrekken en stimuleren van etnisch ondernemerschap”. Momenteel richt gemeentelijke ondersteuning zich vaak op fysieke elementen zoals bedrijfsvestiging en administratieve ondersteuning. “Dat vind ik weinig”, zegt Beckers, “Gemeenten moeten proactief nadenken over de rol van lokale ‘etnische’ ondernemers en zich realiseren dat deze lokale bedrijvigheid een positieve bijdrage kan leveren aan de citymarketing. De lokale overheid dient een visie te ontwikkelen waarbij de focus ligt op het concept ‘creative city’. Identiteit en imago van een stad zijn zeer afhankelijk van hoe je als lokale overheid met je etnische of allochtonen ondernemerschap omgaat. Ik denk dat dit een belangrijke uitdaging is voor gemeenten in de komende jaren.”
Beschrijving
“De afwezigheid van een doordacht beleid over etnisch ondernemerschap werkt ten nadele van lokaal ondernemerschap als geheel en dwingt indirect ‘etnische’ ondernemers om buiten de wijk of de stad naar andere mogelijkheden te zoeken. Verder zie je in de media dat ‘etnische ondernemers’ worden beschouwd als een marginale groep die vaak wordt geassocieerd met negatieve beeldvorming,” legt Beckers uit. “Ze moeten geholpen worden, ze zijn minder creatief enzovoort.” Volgens hem is het interessant in de voorbereiding van beleidsprocessen om eerst een duidelijk antwoord te formuleren op de vraag: wat verwacht de gemeente van wijkeconomie en hoe kan lokaal ondernemerschap werkelijk een bijdrage leveren aan de stedelijke economische groei?
Hierbij moet je als lokale overheid flexibel zijn in de aanpak, zegt Beckers. “Een deel van de problemen kan opgelost worden vanuit een bottom-up benadering. Je moet je afvragen of de Nederlandse manier van straatmanagement en wijkeconomie de goede manier is. Misschien hebben de lokale overheden in andere landen een effectiever en efficiënter beleid. Etnische ondernemers behoren tot een andere cultuur, maar ondernemen is ondernemen. Het kan dus negatieve effecten veroorzaken wanneer je de ‘autochtone ondernemers’ als rolmodel wil promoten. Het zou daarom interessant zijn om te experimenten met andere rolmodellen.”
Volgens Beckers mag de term ‘etnische ondernemerschap’ afgeschaft worden. Veel onderzoek wordt verricht naar ‘etnisch ondernemerschap’ zonder dat eerst de vraag wordt gesteld wat deze term precies inhoudt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen niet–westers en westers ondernemerschap. De centrale vragen die nog beantwoord moeten worden, zijn: wat maakt etnisch ondernemerschap anders dan niet-etnisch ondernemerschap en wat is de toegevoegde waarde van etniciteit in ondernemerschap? “Wat mij stoort aan veel wetenschappelijk onderzoek is dat de analyses van niet-westers ondernemerschap gebaseerd zijn op vage theoretische veronderstellingen. Zo wordt in de onderzoeksresultaten bij autochtone ondernemers nooit meteen gerefereerd aan etniciteit, terwijl bij niet–westerse ondernemers de etnische eigenschap snel wordt aangehaald. Dat vind ik onduidelijk.” Dit heeft zonder twijfel invloed op het beleid dat uitgevoerd wordt en op de effecten van het beleid in de praktijk.
In de wetenschap is 'etnisch ondernemerschap' dus geen feitelijk begrip. In de politiek bestaat de term wel, omdat het dominante beeld rondom migranten en ondernemers met een buitenlandse achtergrond samen gaat met het beeld rondom de migratieproblematiek van de hele gemeenschap.” Het belangrijkste uitgangspunt in elke discussie over ‘etnisch ondernemerschap’ is het begrip zelf. De verschillen die mij juist interesseren zijn de resources en capaciteit van de ondernemers en niet hun etniciteit. Er bestaan wel verschillen, maar etniciteit bepaalt niet de prestatie en het succes van een onderneming.
De eerste generatie migranten had beperkte mogelijkheden en heeft daarom gekozen voor alternatieve vormen van zelfstandigheid. Het ondernemingskapitaal werd met name gevormd door de eigen familie van de ondernemer. Het ondernemerschap van de tweede generatie is breder en biedt meer perspectieven. Volgens Beckers volgen jonge allochtone ondernemers de lijn van hun ouders en voorouders niet. “Deze trend doet zich nu al voor en duidt op verschuiving in de interesse en investeringsbelangen van de tweede generatie ondernemers. De grote groepen die etnisch ondernemerschap vertegenwoordigen zijn Turken, Marokkanen, Chinezen, Surinamers en Antillianen. Van deze groepen zullen we in de toekomst steeds meer horen.”
Vervolgens gaat Beckers in op het probleem van de achtergestelde positie van ‘etnisch ondernemerschap.’ Ik denk dat het probleem niet gestoeld is op een gebrek aan visie bij allochtone ondernemers. Dankzij hun opleiding, netwerk en contact met verschillende investeerders en hun kennis van de nieuwe wetten en regelgevingprocedures is het tweede generatie ondernemers gelukt om buiten de spiraal van traditioneel ‘etnisch ondernemerschap’ te handelen. Veel ondernemers van de tweede generatie kiezen voor nieuwe ondernemingsmogelijkheden in het media-entertainment, de technische sector en de juridische of economische dienstverlening. Ook zie je dat de tweede generatie ondernemers meer internationaal georiënteerd zijn.” Beckers denkt dat het aantal traditionele ondernemers dat gevestigd is in de traditionele of klassieke ondernemerschapsectoren als detailhandel en horeca daarom zal afnemen. Hij vindt het van belang om onderscheid te maken tussen twee aspecten van ‘etnisch ondernemerschap’: het economische aspect waarbij winst belangrijk is en het sociale aspect dat ondernemers beweegt om vanuit probleemoplossende overtuiging te handelen. Er zijn tal van ondernemers die een gat in de markt hebben gezien en op basis daarvan hun onderneming starten. Andere etnische ondernemers zien problemen in de maatschappij en voelen de noodzaak om hier iets aan te doen.
Wat de relatie is tussen lokale factoren en het succes van het bedrijf, ligt aan de manier waarop naar migratie wordt gekeken: is het een verrijking van het socio-economisch kapitaal van het land of juist een voedingsbodem voor stedelijke problemen? In steden als Toronto en Sydney zorgen lokale ‘etnische’ ondernemers voor een dynamisch economisch klimaat. Daar zijn ze creatief bezig met het verhogen en versterken van de duurzaamheid en leefbaarheid van de stad. In Toronto kun je naar China Town gaan zonder het gevoel te verliezen dat je nog in Canada bent . Een succesvolle aanpak met veelbelovende resultaten dus. In de Europese steden zoals Brussel, Berlijn, Rotterdam of London zie je dat ondernemerschap van migranten vaak wordt geassocieerd met identiteitsproblemen of wat in Amerika wordt genoemd getto mentaliteit.”
Volgens Beckers moeten ondernemers meer betrokken worden bij het moderniseren en leefbaar maken van hun eigen wijk. “Dat lokaal ondernemerschap weinig werd genoemd in de plannen van minister Vogelaar verbaasde mij”, zegt Pascal Beckers. “ Discussies over wijkeconomie zijn belangrijk en de kunst is het benutten van verschillende mogelijkheden om je doel te bereiken. Lokale ondernemers kunnen zowel de fysieke als de maatschappelijke problemen goed combineren. Daarom moeten gemeenten wel de regierol blijven uitoefenen, maar ook de ruimte geven aan ondernemers om met creatieve oplossingen te komen.
Beckers geeft aan dat tweede generatie ondernemers zich moeten aansluiten bij netwerken en zich goed moeten laten vertegenwoordigen. Ze moeten actiever gaan optreden op jaarbeurzen en bijeenkomsten die voornamelijk bestemd zijn voor de het stimuleren van economische en sociale participatie. In Den Haag geeft het Samenwerkingsverband Partners in Nieuw Ondernemerschap (PiNO) startende en net gestarte ondernemers de mogelijkheid om effectief en efficiënt zaken te ontplooien op wijkniveau. Verschillende actoren als de belastingdienst en de Kamer van Koophandel werken samen om de belangen van lokale ‘etnische ondernemers’ te behartigen. En de multidisciplinaire informatie die PINO aan ondernemers biedt, wordt uitgewisseld door verschillende midden- en klein bedrijven. Hier kunnen andere gemeenten een goed voorbeeld aan nemen.”
De resultaten van twee studies over ‘diversiteit en ondernemerschap’ worden in het komende themabericht Economie en Innovatie gepubliceerd. De eerste studie is verricht door Institute for Migration and Ethnic Studies (IMES): "Entrepreneurial Diversity in a unified Europe." De tweede is over "de economische kansen van etnische diversiteit" en is verricht door Nicis Institute en EIM.
Documenttype
nieuws
Thema's
Economie > Ondernemen
Trefwoorden
Etnisch ondernemerschap
 


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed