nieuwsbrief-webwinkel-Perskamer
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
dot
48-uursservice, binnen 48 uur antwoord van één van onze experts op uw kennisvraag
Op het internet is heel veel informatie te vinden. Het kost vaak veel tijd om de juiste selectie te maken. Bij Nicis Institute werken analisten, die veel ervaring hebben met het zoeken op internet. Zij beantwoorden snel en vakkundig inhoudelijke kennisvragen van beleidsmakers en beslissers bij gemeenten en ministeries, van wetenschappers, samenwerkende partners en welzijnsorganisaties. Nicis Institute garandeert een antwoord binnen twee werkdagen.
Misschien is uw vraag al eerder gesteld. U vindt dan hieronder het antwoord in de lijst met veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij, stelt u deze dan via het contactformulier.
--
 
Contactformulier
Velden met een * zijn verplicht.
 
E-mail: *
Naam: *
Organisatie: *
Functie: *
Uw vraag: *
Bestand toevoegen:
Onderwerp: *

verzend
 
dot
Veel gestelde vragen
Hoe ontwikkelde de integratie van etnische minderheden zich in de afgelopen jaren?Hoe verkrijgt een migrant de Nederlandse nationaliteit en welke rol speelt de gemeente hierin? Hoe ziet het huidige integratiebeleid er uit?Ik ben op zoek naar financiering voor mijn project. Kan ik daarvoor bij KIEM terecht?Ik moet voor school een werkstuk over integratie maken. Kan ik bij KIEM terecht voor informatie?Waar kan ik algemene informatie over etnische minderheden in Nederland vinden?Waar kan ik informatie vinden over verantwoording en controleprotocollen van inburgeringstrajecten?Waar kan ik informatie vinden over wet- en regelgeving inzake inburgering van nieuw- en/of oudkomers?Wat houdt de nieuwe Wet Inburgering in, die de Wet Inburgering Nieuwkomers gaat vervangen?Wat is de definitie van etnische minderheden die KIEM hanteert?Wat is het huidige inburgeringsbeleid in Nederland?Wat zijn de eisen die worden gesteld aan het basisexamen Nederlands in het land van herkomst?Wat zijn de meest succesvolle en inspirerende integratieprojecten?
Vragen uit de overige kennisprogramma's
Als een deelraadslid beroep doet op ambtelijke ondersteuning, die niet door de griffie te geven is, is er iemand nodig vanuit de ambtelijke organisatie. Het raadslid dient die ondersteuning dan zelf te betalen. Daarvoor zijn de gelden fractieondersteuning onder andere bedoeld. Is dit niet in tegenspraak met de regel dat een deelraadslid per jaar "recht heeft" op 32 uur ambtelijke bijstand, zoals dat is opgenomen in de verordening, zoals die in gemeente X gehanteerd wordt? En als er inderdaad sprake is van het betalen voor ambtelijke bijstand zou het dan niet handig zijn dit in de betreffende verordening op te nemen? Als een presidium vooraf inschat dat de stemmen in een vergadering gaan staken, kunnen er dan twee raadsvergaderingen op 1 dag worden uitgeschreven met als oogmerk om op 1 dag besluitvorming te verkrijgen over de voorstellen waarover de stemmen gaan staken?Als een raadsvergadering is geschorst op bijvoorbeeld 28 juni en op donderdag 5 juli wordt voortgezet, wat wordt de datum op de besluiten die op 5 juli worden genomen: 28 juni of 5 juli? Beschikt u over voorbeelden van een schriftelijke instructie aan het stembureau? Bij een besluit over een voorstel met vier onderdelen wil een fractie voor de beslispunten 1,2 en 3 stemmen maar tegen beslispunt 4. Vaak betreft het dan een beslispunt waarin het financieringsvoorstel wordt geformuleerd. De fractie is van mening dat dit moet kunnen. De voorzitter accepteert dit niet. Hij vindt dat de fractie dan een amendement in had moeten dienen. Tegen een beslispunt zijn is tegen het voorstel stemmen. In het RvO is hierover niets geregeld. Wiens redenering is het meest steekhoudend? De Apeldoornse raadsleden hebben laptops voor hun raadswerk van de gemeente in bruikleen. In tegenstelling tot eerder bericht stelt de fiscus nu dat hierover belasting moet worden betaald (via bijtelling 30% van de waarde van de laptops over drie jaars afschrijvingstermijn). De gemeente zou dat dan weer dienen te vergoeden aan de raadsleden (i.e. EUR 60.000 aan extra kosten op de begroting). Is dit bij andere gemeenten al aan de orde (geweest)? En hoe gaan de verschillende gemeenten hiermee om? De gemeenteraadsfractie SGP/CU (verhouding raadsleden: 4 en 2) heeft zich opgesplitst. De SGP leden (4 personen) willen de oude fractienaam (SGP/CU) blijven hanteren. De raadsleden van de CU willen verdergaan onder de naam CU. Mogen de overgebleven SGP-raadsleden zich SGP/CU fractie blijven noemen zonder medewerking van de CU? En mogen de CU- raadsleden zonder medewerking van de SGP-raadsleden zich CU noemen?De kinderopvangtoeslag voor raadsleden is geregeld in de verordening op rechtspositie raads- en commissieleden. Mogelijk is dit niet rechtmatig. De vraag is nu of er andere mogelijkheden zijn dit te regelen dan via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst ? Een aantal vragen op het gebied van wijkeconomie/functiemenging: Hoe hebben andere gemeenten de inventarisatie aangepakt? Hoe gaan zij ermee om als zij een aanvraag krijgen van een projectontwikkelaar? Welke aspecten zijn dan van belang bij de afweging? Is er een soort standaard hiervoor?Een bedrijf heeft een videowall in het winkelcentrum van de gemeente X. Gemeente X wil de videowall gebruiken om een gemeentelijke promotiecampagne te ondersteunen. Raadslid Y is eigenaar van het bedrijf van de videowall. De gemeente wil tegen een marktconforme vergoeding gebruik maken van de videowall. Is art. 15, lid 1 Gem. wet van toepassing en zo ja, dan ook lid 2? Een benoemd raadslid Y treedt uit fractie X en begint "zijn eigen" fractie Y. Personen op de kandidatenlijst van X melden de lijn van fractie X ook niet meer te willen volgen en de lijn te kiezen van Y. Kunnen deze personen burgerraadslid worden voor fractie Y? Een raadsfractie wil een initiatiefvoorstel indienen dat erop is gericht om een subsidieverzoek alsnog te honeren. Is de raad hiertoe competent? Als dat niet het geval welke andere mogelijkheid is er voor de raad om het verstrekken van subsidie alsnog gedaan te krijgen? Een raadslid is door de politie opgepakt vanwege een vermoeden van een strafbaar feit (buiten zijn raadslidmaatschap). Zijn voorlopige hechtenis is verlengd met 30 dagen. Heeft dit consequentie voor zijn raadslidmaatschap? En als hij ter zijner tijd eventueel veroordeeld is?Een raadslid is gepensioneerd ambtenaar van de gemeente. Hij deed als ambtaneer de administratie van een stichting die door de gemeente was opgericht (btw-constructie). De stichting is opgeheven. Hij gaat de afwikkeling doen, tegen uurloon, betaald door de gemeente uit de middelen van de stichting. Mag dat? En welk risico loopt hij? Een wethouder die nu binnen de gemeente woont, wil graag om privé redenen buiten de gemeente gaan wonen. Is dit mogelijk? Zo ja, dient hij hiertoe toestemming te krijgen van de gemeenteraad en voor hoe lang is dit mogelijk? Gemeente X is bezig de verordeningen voor de vergoedingen voor de raad aan te passen. Bestaat hier meer informatie over? Hierbij kunt u denken aan de ervaring van andere gemeenten. Heeft het raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter het recht om aan stemmingen deel te nemen?Hoe gaat de ontslagprocedure van de griffier na een fusie in zijn werk? Hoe is de G30 tot stand gekomen?Hoe kan een raadslid het beste omgaan met een werkgever (bedrijfsleven) die problemen dreigt te maken over zijn raadslidmaatschap? Op welke regelgeving kan een raadslid zich in dit geval beroepen?Hoe kan ik informatie krijgen over de onderzoeksresultaten van onderzoeksprogramma's van NICIS?Hoe kom ik aan het recente rapport van KIEM over onderzoeken onder Antilliaanse risicojongeren?Hoe kom ik in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum?Hoe moeten de bedenkingen van één raadslid worden geïnterpreteerd? Hoe moeten griffier omgaan met blancostemmen. Klopt het dat blancostemmen niet worden aangemerkt als behoorlijke stem, maar wel meetellen voor het quorum?Hoe regelen andere gemeenten de verplichting op grond van de AwB (afdeling 3.4) dat het bestuursorgaan dat uiteindelijk het besluit neemt ook dit besluit ter inzage legt?Hoe wordt nu bereikt dat verweer wordt gevoerd inzake een, in afwijking van het desbetreffende raadsvoorstel, genomen raadsbesluit, op zodanige wijze dat de gemeenteraad zich hierin voldoende herkent.Ik ben op zoek naar meer informatie omtrent de kennisinvesteringsquote (KIQ). Ik wil graag weten wat deze inhoudt en welke activiteiten er mee gemoeid zijn.In het KB van 1852 staat dat de burgemeester het onderscheidingsteken onder meer draagt als hij voorzit in de raadsvergadering. Artikel 3 van dit KB luidt: Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt. De vraag komt hier op of, na de dualisering van het gemeentebestuur, de vervangende raadsvoorzitter wordt geacht de ambtsketen bij die raadsvergadering te dragen. Is hier nadien iets over vastgelegd door de minister of is het een kwestie van interpretatie van het oude KB? In hoeverre is een bestuursrapportage van het college waarin een eindejaarsprognose wordt gegeven beschikbaar op het moment dat de raad de begroting behandelt?In veel gemeenten is er voor de personele uitvoering een mandaat of delegatieconstructie geregeld naar het college van burgemeester en wethouders. In mijn gemeente is dit niet het geval. Kunt u voor mij de mogelijkheden op een rij zetten?Is de raad bevoegd een aanbestedingsprocedure op te starten en te doorlopen of dient de raad dit te delegeren aan het college en op grond waarvan?Is de verwijzing van de SP- fractie naar het Burgerlijk Wetboek artikel 116 lid 2 (een schuldeiser kan zelf bepalen waar zijn geld naar toe wordt overgemaakt) een terechte verwijzing?Is de voorzitter van de deelraad op basis van artikel 77 van de gemeentewet bevoegd om in voorkomende gevallen de plv. voorzitter te overrulen? Is er voor de functiewaardering van de griffiemedewerkers een besluit van de gemeenteraad nodig of valt dit onder de bevoegdheden van de raadsgriffier?Is het juridisch mogelijk om te korten op de onkostenvergoeding van een raadslid indien deze regelmatig afwezig is? Is het mogelijk om de feitelijke vaststelling van presentiegelden voor leden van raadscommissies die geen raadslid zijn over te laten aan de afzonderlijke fracties, door die presentiegelden te laten betalen uit de vergoeding fractiekosten, zonder de hoogte van de vergoeding in een verordening vast te leggen? Is het mogelijk om per verordening te regelen dat slechts een bepaald aantal commissieleden/niet-raadsleden per fractie recht heeft op presentiegeld? Is het mogelijk voor het werkgeverschap van de raad dat zij enkele bevoegdheden van de raad naar fractievoorzitters delegeert? Is het nodig dat de fractievoorzitters zich organiseren in een orgaan zoals bijv. het presidium? Of mogen de bevoegdheden ook gemandateerd worden aan de 'verzameling' van fractievoorzitters? Mogelijk zou de rol van de fractievoorzitters opgenomen kunnen worden in de instructie voor de griffier.Is het noodzakelijk dat gelet op artikel 37 Gemeentewet er een schriftelijk voorstel en besluit ligt onder de benoeming van wethouders of kan volstaan worden met de vastgestelde notulen van de raadsvergadering waarin wethouders worden benoemd en beëdigd? Is het volgens de gemeentewet toegstaan om alleen een geluidsband te hebben als verslaglegging van de raadsvergadering? Kan de gemeente of de griffier aansprakelijk worden gesteld voor het verspreiden van raadsvragen?Kan de verordening op het burgerinitiatief van gemeente X gebruikt worden om de gemeenteraad te vragen om een referendum te houden over de vraag of gemeente X zelfstandig moet blijven of dat de gemeente heringedeeld moet worden? en kunnen in voorkomend geval aan dit referendum bindende elementen gekoppeld worden? Kan een door de raad verworpen raadsvoorstel in de daarop volgende raadsvergadering met exact dezelfde bewoordeningen opnieuw worden ingebracht, maar dan als initiatiefvoorstel? Kan een motie wel of niet worden aangehouden? Kan een nieuwe wethouder eerder worden benoemd dan de vertrekkende weg is?Kan een raadslid, gelet op art. 15 Gw, optreden als getuige voor procespartij A in een bestuursrechtelijk geding, waarbij de gemeente procespartij B is?Kan een raadslid (ex wethouder) directeur zijn van een stichting die te boek staat als verbonden partij? Dat is een samenwerkingsverband tussen een andere gemeente, de provincie en twee waterschappen. Kan een waarnemend griffier tevens loco-secretaris zijn? Onverenigbaarheid van functie van secretaris en griffier is duidelijk, maar hoe is het met de vervanging, althans op papier?Kan het college een voorstel van de raadsagenda terugnemen? Kunnen raadsleden in de toekomst nog plaatsnemen in de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen? Zo nee, bij wie ligt dan het initiatief om een en ander duidelijk te maken en deze verandering te effectueren? Mag een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen met zijn/haar fractievoorzitter?Mag een fractie vóór een besluit stemmen, terwijl ze tegelijkertijd tegen een amendement zijn? Mag een raadsbesluit dat is genomen tijdens een raadsvergadering waarin de burgemeester als voorzitter optrad de volgende dag bij afwezigheid van de burgemeester worden getekend door de plaatsvervangend voorzitter van de raad? Moet in een raadzaal een portret/afbeelding van de Koningin aanwezig zijn? Naar aanleiding van de nota wijkgericht werken is de gemeente opzoek naar een model voor bewonersorganisaties en wijkbudgetten, om te komen tot een eenduidige subsidiering van deze organisaties. Welke typen wijkbudgetten bestaan er? Onze gemeente heeft een wethouder die niet in de gemeente woonachtig is. Naar verwachting zal deze wethouder na ommekomst van het eerste jaar wethouderschap nog niet verhuisd zijn. Wie is nu de eerst aangewezene om een raadsvoorstel voor ontheffing te schrijven en dus ook in de raad te verdedigen? Het college, de fractie die hem als wethouder heeft voorgedragen of de formateur van de coalitie?Op dit moment is er een waarnemend voorzitter van de raad. Echter deze kan niet voorzitten bij een van de onderwerpen wegens belangenverstrengeling. De twee andere personen die het langste raadslid zijn en vervolgens het oudste, zijn minder geschikt om dit zeer politieke onderwerp voor te zitten. In de wet staat dat de raad ook iemand anders kan aanwijzen. Is hier een officiële procedure voor?Op welke wijze (schriftelijk of mondeling) dienen wethouders hun benoeming te aanvaarden? Sinds enige jaren zet de gemeente Waterland de geluidsfragmenten integraal op de gemeentelijke website. Daarnaast worden de ingekomen brieven gescand en eveneens op de website gezet. In hoeverre vallen brieven aan de gemeenteraad onder de wet bescherming persoonsgegevens in het licht van deze werkwijze? Vanwege de afschaffing van het ID-besluit op rijksniveau zijn veel stadswachtorganisaties in financiële problemen gekomen. Ik wil graag weten hoe andere vergelijkbare gemeenten dit hebben aangepakt en hoe ze dit hebben gefinancierd en hoeveel dit gekost heeft.Waarvoor mag een raadslid vergoedingen krijgen, naast de gewone maandelijkse vergoeding en onkostenvergoeding? Wanneer kan het college, als zij een extra krediet nodig heeft, volstaan met enkel het voorleggen van een begrotingswijziging en wanneer dient zij een afzonderlijk voorstel voor het beschikbaar stellen van aanvullend budget aan de raad voor te leggen?Wat houdt de term creatieve stad in?Wat is de rol van de OR in relatie tot de griffier? Wat is er op het gebied van opvoedingsondersteuning (voor Antillianen) beschreven en ontwikkeld?Wat zijn de bevoegdheden van de gemeenteraad m.b.t werkgeversrol v/d raad? Wat zijn de contactgegevens van TOPA?Wat zijn de inwoneraantallen van de steden in het GSB beleid? Welke dwarsverbanden zijn er tussen de nota misbruik- en oneigenlijk gebruik en de verordening voor gedragscodes voor o.a. raadsleden? En welke sacties staan er op het overtreden van gedragscodes door raadsleden, anders dan schorsing en vervallen verklaren van lidmaatschap van de raad? Wie doet het voorstel voor benoeming van de wethouders? Het demissionaire college of de burgemeester? Wie is bevoegd om de prijzen vast te stellen voor verkoop/uit te geven gronden door de gemeente, en waar is dat geregeld, behoudens 160-e van de Gemeentewet?Wie is bevoegd tot het benoemen van de leden van het Algemeen Bestuur (AB) in een Gemeenschappelijke Regeling die uitsluitend getroffen is door colleges van burgemeester en wethouders (zie art 13, lid 3 en lid 6 van de WGR)Wij willen ons als stad meer gaan profileren door middel van city-branding, hoe doen we dat?Zijn er gemeenten die naast de formele regeling voor kinderopvang een vergoeding toekennen aan raadsleden voor incidentele kinderopvang (bijvoorbeeld oppas bij avondvergaderingen)?Zijn er richtlijnen voor voorzieningen voor raadsleden(bijvoorbeeld computer) en onkostenvergoedingen van fracties? En waar kunnen die gevonden worden?Zijn er voorbeelden van andere gemeenten over het van toepassing verklaren van de rechtspositieregeling op de griffier. En ten aanzien van andere regelingen, vb. interne klachtenregeling, procedure functiebeschrijving etc. ? Zijn er voorbeelden van functiebeschrijvingen beschikbaar van de functie van griffier?
dot
dotHoe ontwikkelde de integratie van etnische minderheden zich in de afgelopen jaren?
In het rapport Bruggen bouwen van de commissie Blok vindt u een overzicht van de immigratie en integratie van etnische minderheden in Nederland van de afgelopen dertig jaar. De belangrijkste conclusie van dit rapport is dat de integratie van veel allochtonen geheel of gedeeltelijk is geslaagd. Dit is te danken aan de allochtone burgers zelf en de ontvangende samenleving en niet aan het integratiebeleid van de overheid.
dot
dotHoe verkrijgt een migrant de Nederlandse nationaliteit en welke rol speelt de gemeente hierin?
Als de migrant Nederlander wilt worden door naturalisatie, moet hij of zij kunnen aantonen voldoende te zijn ingeburgerd. Dit betekent een behoorlijke kennis van de Nederlandse taal en maatschappij. Om dit aan te tonen, moet de migrant de naturalisatietoets afleggen. Is de toets met succes afgerond, dan kan een naturalisatieaanvraag worden ingediend. Over de naturalisatieprocedure kunt u meer informatie vinden op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Vanaf 1 januari 2006 zijn gemeenten verplicht een naturalisatieceremonie te houden, in ieder geval op de nationale naturalisatiedag (24 augustus). Daarnaast mogen gemeenten zelf gemeentelijke ceremoniedagen organiseren op andere data. Met deze ceremonie ter gelegenheid van de verkrijging van het Nederlanderschap wordt cachet gegeven aan de bijzondere band die door de naturalisatie tot stand komt tussen het Koninkrijk en de nieuwe staatsburger. Het is een bevestiging van het feit dat de nieuwe staatsburger alle rechten en plichten verwerft en aanvaardt die aan het Nederlanderschap zijn verbonden.
dot
dotHoe ziet het huidige integratiebeleid er uit?
Op de website van het ministerie van Justitie wordt een uitleg gegeven over wat het integratiebeleid inhoudt. Om te zien hoe het integratiebeleid in de praktijk uitgevoerd wordt, kunt u het beste terecht op onze website.
In een bronnenonderzoek, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, is veel informatie terug te vinden met betrekking tot de ontwikkeling van het integratiebeleid. Het rapport bestaat uit twee delen: een beschrijving van het algemene gevoerde integratiebeleid en een afzonderlijk deelrapport over de consistentie, samenhang en succes van het integratiebeleid.
Het Jaarrapport Integratie 2005 beschrijft de positie van etnische minderheden in Nederland en de ontwikkelingen die hierin de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. De onderwerpen die aan bod komen sluiten nauw aan op de beleidsprioriteiten van het kabinet. In de Jaarnota Integratiebeleid 2005 informeert minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie de Tweede Kamer over de integratie van etnische minderheden. In de nota komt de stand van zaken aan bod, gevolgd door het integratiebeleid dat het kabinet in 2006 wil voeren.
dot
dotIk ben op zoek naar financiering voor mijn project. Kan ik daarvoor bij KIEM terecht?
KIEM levert geen financiële bijdrage aan projecten of maatschappelijke initiatieven. Het kennisprogramma Social Quality Matters heeft eind 2003 een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden tot subsidie. De notitie heet ´Steun voor ICT in de buurt´. Wellicht dat deze notitie een handvat voor u kan zijn om mogelijkheden te vinden voor financiering. U kunt deze notitie bij ons aanvragen.
dot
dotIk moet voor school een werkstuk over integratie maken. Kan ik bij KIEM terecht voor informatie?
Alle kennis die KIEM bezit, is terug te vinden op de website www.integratie.net. Wilt u meer praktische informatie die niet alleen voor beleidsmakers bedoeld is, dan kunt u kijken op de website van het ministerie van Justitie, afdeling DCIM, waar het integratiebeleid is ondergebracht. Hier kunt u wellicht ook informatie vinden die voor u bruikbaar is. Ook kunt u bij de gemeente waar u woonachtig bent lokale informatie opvragen. Informatie over onderwerpen voor spreekbeurten voor scholieren kunt u opvragen bij Postbus 51. Het gratis telefoonnummer is: 0800-8051. Ook kunt u terecht bij Stichting Kennisnet. Dit is de internetorganisatie van en voor het Nederlandse onderwijs. Zij bieden educatief materiaal aan.
dot
dotWaar kan ik algemene informatie over etnische minderheden in Nederland vinden?
De publicatie Allochtonen in Nederland verschijnt jaarlijks en informeert over de doelgroepen van het integratiebeleid van de Nederlandse overheid. De editie Allochtonen in Nederland 2004 behandelt voor het eerst de waardering van allochtone bevolkingsgroepen voor hun woon- en leefomgeving. Tevens komen hun gezondheid en sociale contacten aan bod. Daarnaast geeft deze publicatie een actuele aanvulling op de demografische gegevens en de informatie over leren, werk en inkomen uit de vorige edities.
Eén van de centrale vragen in het Sociaal en Cultureel Rapport 2004: Minderheden en integratie is hoe het verder zal gaan met de integratie van etnische minderheden in Nederland. Halen zij hun achterstanden in en vermindert de ongelijkheid tussen hen en de autochtone Nederlanders? Hoe ziet het samenleven van autochtonen en allochtonen er in de toekomst uit? En ontstaat er sociale cohesie?
StatLine is de elektronische databank van het CBS. Hier kunt u statistische informatie vinden over etnische minderheden in Nederland. In StatLine vindt u tevens informatie over vele maatschappelijke en economische onderwerpen in de vorm van tabellen en grafieken. Op de website van de Vereniging van Statistiek en Onderzoek staat informatie over verschillende prognoses.
dot
dotWaar kan ik informatie vinden over verantwoording en controleprotocollen van inburgeringstrajecten?
De monitor inburgering is het instrument waarmee gemeenten rapporteren aan het Rijk over de activiteiten en resultaten van het inburgeringsbeleid. Via deze website worden de gegevens verzameld over de oudkomersregelingen van de G54 en de niet-G54 gemeenten. Vanaf 2004 wordt op de monitor inburgering ook de gegevens ten behoeve van het Inhoudelijk verslag WIN verzameld. Op deze website zal steeds de meest recente informatie over de monitoring worden opgenomen. Informatie is ook verkrijgbaar via de helpdesk inburgering (079-3234000).
dot
dotWaar kan ik informatie vinden over wet- en regelgeving inzake inburgering van nieuw- en/of oudkomers?
Informatie over het huidige beleid, de Wet inburgering nieuwkomers en de regelingen oudkomers vindt u op onze website en op de website Monitor Inburgering. Meer informatie over het toekomstige inburgeringsstelsel vindt u op de website van het Project Modernisering Inburgering.
Beknopt overzicht van veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering nieuwkomers (PDF, 52 KB) 
Beknopt overzicht van veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering oudkomers (PDF, 38 KB)
Uitgebreid overzicht veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering nieuw- en oudkomers (PDF, 131 KB)
dot
dotWat houdt de nieuwe Wet Inburgering in, die de Wet Inburgering Nieuwkomers gaat vervangen?
In de nieuwe Wet Inburgering is de algemene inburgeringsplicht opgenomen. Het doel is dat iedereen volwaardig kan participeren in de Nederlandse samenleving. De inburgeringsplicht geldt voor álle personen die zich in Nederland willen vestigen en die niet gedurende tenminste acht jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland verblijf hebben gehad. Uitzonderingen hierop zijn personen boven de 65 jaar, personen uit de EU en personen die diploma’s hebben behaald waaruit blijkt dat men beschikt over de kennis en vaardigheden op het niveau van het inburgeringsexamen.
De rol van gemeenten verandert ten opzichte van de huidige situatie. Het nemen van de eigen verantwoordelijkheid in het nieuwe stelsel is erg belangrijk. De inburgeringsplichtigen hebben de regie over hun eigen inburgering. De regierol ligt dan niet meer bij de gemeenten. Wel hebben zij een belangrijke spilfunctie, die bestaat uit een informerende, handhavende en faciliterende rol. Meer informatie over het toekomstige inburgeringsbeleid kunt u vinden op de website van de Projectdirectie Modernisering Inburgering.
HANDIG staat voor: HANDreiking Inburgering voor Gemeenten. HANDIG is in opdracht van de Frontoffice Inburgering ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen bij de invoering van de Wet inburgering in Nederland. Zo kunnen gemeenten het nieuwe inburgeringsstelsel planmatig en snel in de praktijk brengen.
dot
dotWat is de definitie van etnische minderheden die KIEM hanteert?
Het Kennisnet Integratiebeleid en Etnische Minderheden (KIEM) hanteert voor het begrip ‘etnische minderheden’ de officiële definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau zoals opgenomen in hun Jaarrapport Integratie 2007.
Deze luidt:
“Tot de etnische minderheden behoren groepen die op grond van hun achterstandspositie zijn aangewezen als doelgroepen van het minderhedenbeleid. Voor een deel overlapt de categorie etnische minderheden met de categorie niet-westerse allochtonen; er zijn echter ook groepen zoals de Molukkers die wel tot de etnische minderheden worden gerekend maar buiten de definitie van niet-westerse allochtonen vallen.”
dot
dotWat is het huidige inburgeringsbeleid in Nederland?
Vanaf 30 september 1998 is in Nederland de Wet inburgering nieuwkomers, WIN, van kracht. Volgens deze wet is de nieuwkomer verplicht zich aan te melden voor een inburgeringsonderzoek. In dit onderzoek wordt bepaald of de nieuwkomer een programma nodig heeft en kan worden verplicht aan een inburgeringsprogramma deel te nemen. Dit inburgeringsprogramma bevat onderwijs in de Nederlandse taal, Maatschappij- en beroepenoriëntatie.
Wanneer u meer informatie wilt over de geschiedenis van inburgering kunt u de volgende website raadplegen: www.degeschiedenisvaninburgering.nl
De Frontoffice Inburgering is een tijdelijke ondersteuningsorganisatie, opgezet door het Rijk. De belangrijkste opdracht is om gemeenten te ondersteunen bij zowel de uitvoering van het huidige inburgeringsbeleid als bij de invoering van het nieuwe stelsel. Bij de helpdesk van de Frontoffice Inburgering kunt u terecht met uw vragen en opmerkingen. E-mail:info@frontoffice-inburgering.nl Telefoon: 070-3709100
dot
dotWat zijn de eisen die worden gesteld aan het basisexamen Nederlands in het land van herkomst?
De Wet inburgering buitenland is per 15 maart 2006 in werking getreden. Vanaf deze datum is het afleggen en behalen van het inburgeringsexamen in het buitenland een extra voorwaarde voor het verkrijgen van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De extra voorwaarde voor het verkrijgen van een mvv geldt niet voor aanvragen die vóór 15 maart 2006 zijn ingediend.
De basiskennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving wordt bij het examen getoetst. Het examen wordt mondeling en in het Nederlands afgelegd bij de Nederlandse ambassade of Consulaat-generaal in het land van herkomst. Het examen bestaat uit twee delen. In deel 1 wordt de kennis van de Nederlandse samenleving getoetst. In deel 2 wordt de kennis van de Nederlandse taal getoetst. De kosten van het examen bedragen € 350.
Om zich voor te bereiden op het basisexamen moet de vreemdeling zich de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving eigen maken. De vreemdeling mag zelf weten hoe hij zich voorbereidt. Daarvoor komt de overheid niet met regels en ook niet met cursussen. Wel is er een oefenpakket samengesteld, dat voor € 63,90 kan worden aangeschaft.
dot
dotWat zijn de meest succesvolle en inspirerende integratieprojecten?
Afgelopen jaar gaf KIEM met de ‘Parels van Integratie’ inzicht in de succesfactoren van integratieprojecten. Een speciaal comité heeft uit 62 inzendingen de acht mooiste voorbeelden, de parels gekozen. In een praktijkgerichte publicatie zijn deze projecten te vinden. De publicatie ‘Parels van Integratie’ is een bron van inspiratie voor beleidsmakers en bestuurders die een stap vooruit willen zetten in hun integratiebeleid. Er wordt inzicht geboden in vragen als: ‘wat werkt goed?’, ‘waarom werkt het?’ en ‘welke elementen kunnen bruikbaar zijn voor andere steden?’. De Parels van Integratie krijgen in 2006 een vervolg. Meer informatie vindt u te zijner tijd op onze website.
dot
dotAls een deelraadslid beroep doet op ambtelijke ondersteuning, die niet door de griffie te geven is, is er iemand nodig vanuit de ambtelijke organisatie. Het raadslid dient die ondersteuning dan zelf te betalen. Daarvoor zijn de gelden fractieondersteuning onder andere bedoeld. Is dit niet in tegenspraak met de regel dat een deelraadslid per jaar "recht heeft" op 32 uur ambtelijke bijstand, zoals dat is opgenomen in de verordening, zoals die in gemeente X gehanteerd wordt? En als er inderdaad sprake is van het betalen voor ambtelijke bijstand zou het dan niet handig zijn dit in de betreffende verordening op te nemen?
De gemeente(raad) heeft een autonome bevoegdheid om lokaal spelregels af te spreken binnen de kaders van de wet. De Gemeentewet geeft alleen drie losse richtlijnen.
  1. er is recht op ambtelijke bijstand;
  2. groeperingen hebben recht op ondersteuning;
  3. deze beide zaken worden vastgelegd in een verordening.
De wetgever vindt het van vitaal belang dat de raad over voldoende middelen beschikt om zijn controlerende en volksvertegenwoordigende functie goed te vervullen. Het recht op ambtelijke bijstand is opgenomen om in beginsel te garanderen dat raadsleden altijd de gevraagde informatie krijgen. (zie memorie van toelichting). In het verlengde van de wet is het zaak dat de raad zijn zaken in de verordening goed regelt. Het lijkt mij ongewenst als de raad zich door de eigen regeling laat beperken. Er zijn gemeenten die met strippenkaarten of andere voorzieningen werken voor ambtelijke bijstand. Betalen uit een daarvoor ter beschikking gesteld budget, lijkt mij daar een variant op. De regeling ambtelijke bijstand van de deelgemeente vermeld echter niets over verrekening van de kosten van ambtelijke bijstand waarop recht is. Er is ook niet vermeld dat de fractiebijdrage hiervoor bestemd is. Juridisch is het dus zeer de vraag of sprake is van 'verschuldigde betaling'. Feit is wel dat de raad het het laatste woord heeft over de eigen regeling.
dot
dotAls een presidium vooraf inschat dat de stemmen in een vergadering gaan staken, kunnen er dan twee raadsvergaderingen op 1 dag worden uitgeschreven met als oogmerk om op 1 dag besluitvorming te verkrijgen over de voorstellen waarover de stemmen gaan staken?
De Gemeentewet zegt alleen dat het nemen van een besluit wordt uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Dat betekent dat dit iedere volgende vergadering kan zijn die volgens de regels van de Gemeentewet (en de aanvullende regels in het Reglement van Orde) op een correcte wijze is uitgeroepen.
De memorie van toelichting bij artikel 32 wijst nog wel op het belang van voltalligheid. Het is volgens de Memorie van Toelichting bij toepassing van artikel 32 van belang dat de politieke verhoudingen in de raad volledig tot hun recht komen.
Procedure in geval van staken
De procedure in geval van staken van stemmen is geregeld in artt. 31, lid 2 en 3 en 32, lid 4 en 5 Gemeentewet. Art. 31, lid 2 en 3 bepaalt dat als de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of herstemming is beperkt, in dezelfde vergadering een herstemming wordt gehouden. Staken de stemmen opnieuw, dan beslist het lot.
Aangenomen wordt dat in het concrete geval sprake is van een stemming over zaken ('overige stemmingen' volgens de Gemeentewet.). Als de vergadering voltallig is en de stemmen staken, dan is het voorstel verworpen. Als de vergadering niet voltallig is en de stemmen staken, dan wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot 'een' (dus niet per se 'de') volgende vergadering. Zoals al gesteld, kan dat elke vergadering zijn die op de - conform de Gemeentewet en het Reglement van orde - voorgeschreven wijze is uitgeschreven.
dot
dotAls een raadsvergadering is geschorst op bijvoorbeeld 28 juni en op donderdag 5 juli wordt voortgezet, wat wordt de datum op de besluiten die op 5 juli worden genomen: 28 juni of 5 juli?
Onderaan het besluit kunnen beide data in het dictum van het raadsbesluit worden gezet: "de raad van... in vergadering bijeen op 28 juni 2007, voortgezet op 5 juli 2007". Daaronder vindt dan ondertekening plaats.  
dot
dotBeschikt u over voorbeelden van een schriftelijke instructie aan het stembureau?
U treft hier twee voorbeelden aan van draaiboekjes voor schriftelijke stemmingen.
Procedure schriftelijk stemmen (PDF, 40 KB)
Stemprocedure (PDF, 18 KB)
dot
dotBij een besluit over een voorstel met vier onderdelen wil een fractie voor de beslispunten 1,2 en 3 stemmen maar tegen beslispunt 4. Vaak betreft het dan een beslispunt waarin het financieringsvoorstel wordt geformuleerd. De fractie is van mening dat dit moet kunnen. De voorzitter accepteert dit niet. Hij vindt dat de fractie dan een amendement in had moeten dienen. Tegen een beslispunt zijn is tegen het voorstel stemmen. In het RvO is hierover niets geregeld. Wiens redenering is het meest steekhoudend?
In het RvO is hier wel iets over opgenomen. In artikel 28 is bepaald, dat wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, hij de beraadslaging sluit, tenzij de raad anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt. Het gaat dan om het voorsteld in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Ook artikel 32 van de Gemeentewet spreekt over voorstel en niet over onderdelen daarvan.
De reden hiervoor is waarschijnlijk dat het vanwege de samenhang in een voorstel tot juridisch onuitvoerbare of onmogelijke besluiten zou kunnen leiden als verschillende onderdelen van een voorstel apart in stemming worden gebracht en dan niet allemaal aangenomen of verworpen worden.
Als men het niet eens is met een onderdeel, moet men een amendement indienen of een stemverklaring afleggen. Een stemverklaring achteraf geeft fracties de gelegenheid toe te lichten hoe over onderdelen van het voorstel wordt geoordeeld. Ook geeft dat gelegenheid hoe dit geleid heeft tot finale afweging bij de stemming over het (complete) voorstel.
dot
dotDe Apeldoornse raadsleden hebben laptops voor hun raadswerk van de gemeente in bruikleen. In tegenstelling tot eerder bericht stelt de fiscus nu dat hierover belasting moet worden betaald (via bijtelling 30% van de waarde van de laptops over drie jaars afschrijvingstermijn). De gemeente zou dat dan weer dienen te vergoeden aan de raadsleden (i.e. EUR 60.000 aan extra kosten op de begroting). Is dit bij andere gemeenten al aan de orde (geweest)? En hoe gaan de verschillende gemeenten hiermee om?
De gemiddelde aanschafprijs van een computer is 1500 euro. Afschrijving in drie jaar betekent 500 euro per jaar en daar de compensatie van de belastingheffing over maal het aantal raadsleden. Dit levert nooit een kostenpost op van 60.000 euro.
Lees meer (PDF, 29 KB)
dot
dotDe gemeenteraadsfractie SGP/CU (verhouding raadsleden: 4 en 2) heeft zich opgesplitst. De SGP leden (4 personen) willen de oude fractienaam (SGP/CU) blijven hanteren. De raadsleden van de CU willen verdergaan onder de naam CU. Mogen de overgebleven SGP-raadsleden zich SGP/CU fractie blijven noemen zonder medewerking van de CU? En mogen de CU- raadsleden zonder medewerking van de SGP-raadsleden zich CU noemen?
De Gemeentewet kent de naam fractie niet. De fractie is gekozen via een gezamenlijke lijst (Kieswet). Op basis van die naamsaanduiding zijn de leden in de raad gekomen. Het model Reglement van Orde gaat ook hiervan uit (artikel 5 in het Reglement van Krimpen aan den IJssel). Dit artikel bevat ook regels over de wijze waarop verder met naamswijzigingen wordt omgegaan. Als gemeenteraad heb je geen invloed op de naamgeving / splitsing van partijen. Het gaat ook om een interne aangelegenheid. Voor de raad zijn alle partijen gelijk.Het is daarom ook goed om hier geen partij in te zijn en te hoeven kiezen.
Maar men kan de stelling betrekken dat als één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaat (gaan) optreden, het kleinste deel (in casu dus de twee CU-leden) meedeelt onder welke naam zij wenst te worden aangeduid. Het grootste deel van de gesplitste fractie behoudt dan de oorspronkelijk naam, waaronder aan de verkiezingen is deelgenomen.
dot
dotDe kinderopvangtoeslag voor raadsleden is geregeld in de verordening op rechtspositie raads- en commissieleden. Mogelijk is dit niet rechtmatig. De vraag is nu of er andere mogelijkheden zijn dit te regelen dan via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst ?
De bepalingen over een werkgeversbijdrage voor kinderopvang voor raadsleden zijn per 1 januari 2007 met de invoering van het belastingplan 2007 van rechtswege vervallen. Zie ook de circulaire van BZK van 18 december 2006.
dot
dotEen aantal vragen op het gebied van wijkeconomie/functiemenging: Hoe hebben andere gemeenten de inventarisatie aangepakt? Hoe gaan zij ermee om als zij een aanvraag krijgen van een projectontwikkelaar? Welke aspecten zijn dan van belang bij de afweging? Is er een soort standaard hiervoor?
In de onderstaande praktijkvoorbeelden en onderzoeken een overzicht van lokale initiatieven rond functiemenging.
1. Onderzoek & praktijkvoorbeelden rond herstructurering
De volgende onderzoeken en notities geven meer informatie omtrent onderzoek naar de wijkeconomie en functiemenging, zie PDF bestanden:
- Amsterdam - Functiemenging in vooroorlogse wijken
- KEI - Verslag Atelier Wijkeconomie
- Regioplan - Wijkeconomie in Zuid-Holland
- Buck - Gebouwde omgeving als aanjager
- Bouwfonds - Functiemenging
2. Onderzoek & praktijkvoorbeelden rond starters en huisvesting
Amsterdam, ondernemershuis Amsterdam Groot-Oost: De stadsdelen Zeeburg, Oost/ Watergraafsmeer en Amsterdam Centrum en de afdeling Economische Zaken van de gemeente Amsterdam voeren een actief ondernemersbeleid. Met dit beleid wordt beoogd de wijk- en buurteconomie te versterken, met als achterliggende gedachte dat een vitale wijk- en buurteconomie een positieve invloed heeft op de leefbaarheid van wijk en buurt. Onderdeel van dit beleid is het ondersteunen van startende en bestaande ondernemers. De stadsdelen versterken de ondersteuning door middel van het oprichten van het Ondernemershuis Groot-Oost, dat op pro-actieve wijze een breed palet ondersteunende diensten levert aan préstarters, starters, jonge en gevestigde ondernemers, alsmede bedrijfsbeëindigers.
Utrecht, betere afstemming vraag en aanbod bedrijfshuisvesting: Ondernemers hebben soms moeite met het vinden van de juiste bedrijfslocatie. Tegelijkertijd zijn er diverse bedrijfslocaties beschikbaar in Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, Ondiep en Pijlsweerd. Stichting Wijk in Bedrijf Westflank heeft onderzoeksbureau ITS uit Nijmegen opdracht gegeven om vanaf april tot oktober onderzoek te doen naar aanbod van en vraag naar bedrijfshuisvesting in deze wijken. Zo wil Stichting Wijk in Bedrijf Westflank duurzame oplossingen vinden om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.
dot
dotEen bedrijf heeft een videowall in het winkelcentrum van de gemeente X. Gemeente X wil de videowall gebruiken om een gemeentelijke promotiecampagne te ondersteunen. Raadslid Y is eigenaar van het bedrijf van de videowall. De gemeente wil tegen een marktconforme vergoeding gebruik maken van de videowall. Is art. 15, lid 1 Gem. wet van toepassing en zo ja, dan ook lid 2?
Beide vragen kunnen met ja worden beantwoord. De Gemeentewet biedt juist de mogelijkheid van het aanvragen en vervolgens kunnen verlenen van ontheffing via gs om andere ongewenste gevolgen te voorkomen. De gedragscode staat daar los van omdat deze in beginsel intern werkt.
dot
dotEen benoemd raadslid Y treedt uit fractie X en begint "zijn eigen" fractie Y. Personen op de kandidatenlijst van X melden de lijn van fractie X ook niet meer te willen volgen en de lijn te kiezen van Y. Kunnen deze personen burgerraadslid worden voor fractie Y?
De bijbehorende verordening luidt: "burgerraadslid: hij die bij de laatste verkiezingen van de raad geplaatst is op de kandidatenlijst van een fractie en door de fractievoorzitter is aangemeld als burgerraadslid; het presidium kan het aantal limiteren".
De raad bepaalt
De raad bepaalt welke burgerraadsleden er kunnen deelnemen aan het commissiewerk. De raad is daar behoorlijk vrij in. Uiteraard moet het presidium zich houden aan hetgeen de raad heeft bepaald. Juidisch is het niet nodig burgerleden te recruteren van de lijsten van de gekozen fracties.
Wat betreft de naamgeving van het "burgerraadslid" : De praktijk leert dat elke gemeente hier zijn eigen weg in kiest. Men is daar ook vrij in.
Bepaling in de verordening
Volgens een lid van de Juridische Vraagbaak hangt het in dit geval af van de bepaling in de verordening. Daar staat dat een burgerraadslid is: hij die bij de laatste verkiezingen van de raad geplaatst is op de kandidatenlijst van een fractie en door de fractievoorzitter is aangemeld als burgerraadslid. Cruciaal is wat wordt bedoeld met EEN FRACTIE. Wordt daarmee bedoeld DE FRACTIE, dan Is dat fractie X en kunnen deze personen geen burgerlid zijn voor fractie Y. Omdat deze personen door de betreffende fractievoorzitter moeten zijn aangemeld als burgerlid, lijkt het aannemelijk dat hier inderdaad DE fractie wordt bedoeld. Is het echter voldoende om aan de verkiezingen te hebben meegedaan ongeacht voor welke fractie, dan kan het wel. De toelichting zal hier dus uitkomst moeten bieden.
Het is natuurlijk makkelijker als er in de verordening niets over is geregeld, dan is het aan de raad zelf, op voorstel van het presidium, om al dan niet burgerleden toe te laten. Het lijkt overigens niet correct om over burgerraadsleden te spreken, dat werkt verwarrend. Beter kan gesproken worden over burgercommissieleden of burgerleden.   
Voorbeeld
De griffier van de gemeente Den Haag meldt dat in de vorige raadsperiode zich in Den Haag een casus heeft afgespeeld die sterk lijkt op die uit Ridderkerk. Kandidaat A stond op lijst X voor de raadsverkiezingen van 2002. A werd niet gekozen, maar werd in de loop van de raadsperiode door een andere fractie (Y) voorgedragen om fractievertegenwoordiger in een of meer raadscommissies te worden. De betreffende verordening sloot een dergelijke 'overstap' niet uit, al was dit zeker geen bewust geweest. Kandidaat A werd derhalve benoemd tot fractievertegenwoordiger voor Y. Om in de toekomst een dergelijke overstap onmogelijk te maken is nu in de Verordening raadscommissies de bepaling opgenomen dat betrokkene moet voor komen"... op de geldig verklaarde lijst van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen van de betreffende partij" (arrikel 4, derde lid).
De conclusie is dat personen tot burgerraadslid kunnen worden benoemd voor een andere fractie dan die waarvoor zij kandidaat waren bij de laatste verkiezingen. Tenzij uiteraard de gemeentelijke regegeving een dergelijke switch uitdrukkelijk uitsluit.
dot
dotEen raadsfractie wil een initiatiefvoorstel indienen dat erop is gericht om een subsidieverzoek alsnog te honeren. Is de raad hiertoe competent? Als dat niet het geval welke andere mogelijkheid is er voor de raad om het verstrekken van subsidie alsnog gedaan te krijgen?
Onderstaande reacties volgen uit bespreking van uw vraag door de Juridische Vraagbaak, waarbij vermeld moet worden dat de Juridische Vraagbaak geen subsidiedeskundige is. De Vraagbaak vraagt zich af of het wellicht nodig is alsnog een subsidiedeskundige te raadplegen.
Volgens de Juridische Vraagbaak is de bevoegdheid een besluit tot subsidieverlening te nemen een bevoegdheid van het college. Het is dagelijks bestuur. De raad kan wel geld beschikbaar middels via de programmabegroting, maar de bevoegdheid van het college niet gaan uitoefenen. Wat de raad wel kan doen is een motie aannemen waarin het college wordt opgedragen de subsidie te verlenen. Als het college dan weigert treden de normale mechanismen van politieke controle in werking.
Artikel 4.23 Awb
De Juridische Vraagbaak (JV) baseert zich op een eigen interpretatie van artikel 4.23 Awb. Subsidieverlening gebaseerd op de subsidieverordening die door de raad is vastgesteld. Deze verordening vindt de basis in artikel 4.23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De verordening moet volgens de JV van de Awb dus ruimte bieden om een subsidie te verstrekken, óf de begroting moet de subsidie vermelden óf er is sprake van een incidenteel geval waarbij voor ten hoogste voor vier jaar subsidie wordt verstrekt (derde lid).
College heeft bevoegdheid
De wet zegt dat 'het bestuursorgaan' regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. In normale duale verhoudingen (raad stelt kaders - college voert uit) betekent dat, dat het college de subsidieverordening uitvoert. De raad kan dan geen subsidie verstrekken. Het college heeft die bevoegdheid.
De uitzonderingsbepalingen in de wet indachtig kan de raad bij vaststelling van de begroting in ieder geval voor volgend jaar subsidie regelen. De jurisprudentie over 'incidentele gevallen' kent de JV niet.
dot
dotEen raadslid is door de politie opgepakt vanwege een vermoeden van een strafbaar feit (buiten zijn raadslidmaatschap). Zijn voorlopige hechtenis is verlengd met 30 dagen. Heeft dit consequentie voor zijn raadslidmaatschap? En als hij ter zijner tijd eventueel veroordeeld is?
Het raadslidmaatschap kan alleen door de rechter worden ontzegd als bijkomende straf bij zware misdrijven zoals oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de mensheid. In alle andere gevallen heeft het verdacht worden van en veroordeeld worden voor een misdrijf geen gevolgen voor het raadslidmaatschap. Wel zou, als iemand langdurig in gevangenschap vertoeft buiten de eigen woonplaats, kunnen worden gezegd dat het raadslidmaatschap vervalt doordat niet meer wordt voldaan aan het woonplaatsvereiste.
dot
dotEen raadslid is gepensioneerd ambtenaar van de gemeente. Hij deed als ambtaneer de administratie van een stichting die door de gemeente was opgericht (btw-constructie). De stichting is opgeheven. Hij gaat de afwikkeling doen, tegen uurloon, betaald door de gemeente uit de middelen van de stichting. Mag dat? En welk risico loopt hij?
De eerste gedachte van de Juridische Vraagbaak is dat het beschreven gedrag geen strijd oplevert met art. 15 van de Gemeentewet. Mogelijk wordt wel de schijn van belangenverstrengeling opgewekt. Dat levert voor het raadslid een politiek risico op.
Het zijn de middelen van de stichting, waaruit betaald wordt. Anders zou het zonder meer een voorbeeld van "het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente" (artikel 15, eerste lid, d. 2e.) zijn. Een vraag die gesteld kan worden, is hoe nu intern de besluitvorming verloopt. Besluit het college tot aanstelling of doet dat het stichtingsbestuur? Als het college besluit kan de vraag gesteld worden of er toch geen sprake is van strijd met artikel 15, ongeacht waar de financiën vandaan komen.
Controlerende taak raad
De raad kan in de controlerende taak het werk van het college (en daarmee het raadslid) controleren. Dat lijkt de Juridische Vraagbaak iets dat men zou moeten vermijden. Dat zou zeer schadelijk kunnen uitpakken voor zowel het raadslid als het imago van de gemeente(politiek).
dot
dotEen wethouder die nu binnen de gemeente woont, wil graag om privé redenen buiten de gemeente gaan wonen. Is dit mogelijk? Zo ja, dient hij hiertoe toestemming te krijgen van de gemeenteraad en voor hoe lang is dit mogelijk?
Artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad voor de duur van een jaar ontheffing kan verlenen van het vereiste van ingezetenschap. Kort geleden is daar een zinsnede aan toegevoegd met als strekking dat deze ontheffing in bijzondere gevallen door de raad kan worden verlengd, telkens met een periode van maximaal een jaar. In het concrete geval moet de raad dus toestemming verlenen aan de wethouder om buiten de gemeente te wonen. Het maakt daarbij niet uit of het niet-ingezetenschap bij het aantreden van de wethouder aan de orde was of pas optreedt 'tijdens de rit'.
dot
dotGemeente X is bezig de verordeningen voor de vergoedingen voor de raad aan te passen. Bestaat hier meer informatie over? Hierbij kunt u denken aan de ervaring van andere gemeenten.
Er bestaat geen concreet antwoord op deze vraag. Wel is bekend dat er commerciële bureaus opereren in dit marktsegment. De Juridische Vraagbaak weet niet of er gemeenten zijn die hier als gemeente op inspringen. Het staat natuurlijk altijd elk raadslid vrij om zelf een aanvullende pensioenvoorziening via een commercieel pensioenfonds te treffen of een extra lijfrentepolis af te sluiten. Elke andere burger heeft inkomsten waarover hij geen verplichte pensioenpremie betaalt.
dot
dotHeeft het raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter het recht om aan stemmingen deel te nemen?
In artikel 77, lid 1 staat dat het langstzittende raadslid voorzitter van de raad wordt. Hij is en blijft dus een raadslid. In artikel 28 staat bij de uitsluitingen niet dat een raadslid, die als voorzitter van de raad functioneert, niet aan een stemming mag deelnemen. A contrario mag hij dus gewoon meestemmen.
In art. 68, lid 1, sub l van de Gemeentewet staat 'de burgemeester is niet tevens lid van de raad'. Deze bepaling is in artikel 80 gemeentewet van toepassing verklaard op de waarnemer. Een burgemeester is enerzijds een bestuursorgaan met eigen bevoegdheden en anderzijds voorzitter van college en raad. Een waarnemer vervangt de burgemeester in beide hoedanigheden. Een raadslid vervangt de burgemeester alleen als raadsvoorzitter.
Artikel 68 lid 1 sub l van de Gemeentewet regelt de onverenigbare functies van de burgemeester. Hierbij gaat het om de burgemeester als bestuursorgaan en niet als raadsvoorzitter. Het is daarom ook logisch, dat deze bepaling ook voor de waarnemer van de burgemeester geldt. Dit staat echter geheel los van het voorzitterschap van de raad. Als een raadslid raadsvoorzitter is, gelden deze onverenigbaarheden dus niet voor hem. Hij is en blijft gewoon raadslid en vervult alleen het technisch voorzitterschap van de raad.
De redenering is dat artikel 80 van de Gemeentewet alleen ziet op de waarnemend burgemeester en niet op de plaatsvervangend voorzitter van de raad. Als een raadslid door de Kroon zou worden benoemd tot waarnemend burgemeester, zou hij immers geen raadslid meer kunnen zijn. Dat is de betekenis van de verwijzing in artikel 80 naar artikel 68 van de Gemeentewet. Het raadslid dat de raadsvergadering voorzit mag dan ook gewoon meestemmen. De waarnemend burgemeester is ambtshalve voorzitter van de raad en geen plaatsvervangend voorzitter.        
dot
dotHoe gaat de ontslagprocedure van de griffier na een fusie in zijn werk?
Mij lijkt de procedure die in de Wet Arhi wordt geschetst de meest aangewezene. Artikel 57 lid 1 juncto lid 3 bepaalt dat de griffier met ingang van de datum van herindeling eervol uit zijn functie wordt ontslagen.
Conform lid 2 kunnen GS op verzoek van de griffier evenwel bepalen dat hij met ingang van de datum van herindeling in een andere functie voorlopig overgaat in dienst van de gemeente. Aan deze gemeente wordt het gebied van de op te heffen gemeente toegevoegd of, als dat gebied wordt toegevoegd aan meer dan één gemeente, in dienst van de gemeente die in de betrokken herindelingsregeling daartoe wordt aangewezen.
Artikel 59 lid 3 bepaalt vervolgens dat het bevoegde gezag van de gemeente waar de griffier voorlopig in dienst is getreden binnen 6 maanden, eventueel te verlengen met nogmaals zes maanden, een van de volgende beslissingen neemt: a. dat hij in dienst van de betreffende gemeente blijft; b. dat hij eervol ontslagen wordt.
Een beslissing als bedoeld onder b. wordt slechts genomen, als na zorgvuldig onderzoek blijkt dat het niet mogelijk is een passende functie aan te bieden.
Relevante wetsbepalingen: artt. 57, 59 en 60 Wet Arhi.
dot
dotHoe is de G30 tot stand gekomen?
De huidige G-30 zijn door de tijd heen geselecteerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de totstandkoming van het grotestedenbeleid op basis van verschillende criteria.
Argument voor selectie bleek niet alleen de omvang (+100.000 inwoners), maar ook de aanwezigheid van meervoudige problemen in bepaalde wijken van deze steden. De exacte totstandkoming gebeurde in vier fasen:
Fase 1, totstandkoming G4 (1995) De eerste vier steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht zijn gebaseerd op basis van hun bijzondere positie. In deze vier grootste gemeenten van Nederland zijn de problemen van zodanig omvang dat zij ten opzichte van andere steden aparte aandacht behoeven.
Fase 2, totstandkoming G15 (1995) De selectie van de volgende vijftien steden, Almelo, Arnhem, Breda, Den Bosch, Deventer, Eindhoven, Enschede, Groningen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zwolle vond plaats op basis van het uitgangspunt dat de stad:
• In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening als (grootste stad in) een stedelijk knooppunt is aangewezen;óf
• als centrum van een BON-gebied (Besturen op Niveau) fungeert;óf
• een score heeft op de in het kader van de Sociale Vernieuwing gehanteerde cumulatie-maatstaf van rond de 30 procent of meer.
Daarnaast speelden twee aanvullende criteria een rol: Ten eerste werd ernaar gestreefd het GSB niet te laten verwateren. Er mochten met ander woorden niet teveel steden meedoen. Ten tweede diende de deelnemende steden evenwichtig over de diverse regio’s te worden verspreid.
Fase 3, totstandkoming G6 (1996) Vervolgens zijn in 1996 zes steden, Leiden, Dordrecht, Haarlem, Schiedam, Heerlen en Venlo toegevoegd op basis van een index die als volgt is opgebouwd:
• Cumulatiemaatstaf sociale vernieuwing (voor 50%);
• aantal allochtonen per 100 inwoners;
• Aantal lage inkomens per 100 inwoners;
• Werkloosheid per 100 inwoners (voor 25%);
• Misdrijven per 100 inwoners (voor 25%).
Fase 4, totstandkoming G5 (1998)
De partiële toevoeging van de vijf steden, Zaanstad, Emmen, Amersfoort, Lelystad en Alkmaar is gebeurd op basis van twee criteria:
• Alleen gemeenten met meer dan 60.000 inwoners
• Vier van de zes indicatoren (lage inkomens, uitkeringsafhankelijkheid, minderheden, geregistreerde misdrijven, “centrumfunctie” en geconstateerde aanwezigheid van “slechte wijken”) hebben een score die gelijk of hoger is dan de daarvoor vastgestelde grenswaarden.
Na overleg met zeventien steden is uiteindelijk het verzoek van deze vijf gemeenten gehonoreerd.
dot
dotHoe kan een raadslid het beste omgaan met een werkgever (bedrijfsleven) die problemen dreigt te maken over zijn raadslidmaatschap? Op welke regelgeving kan een raadslid zich in dit geval beroepen?
Art. 643, eerste lid van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt:
"De werknemer kan verlangen dat de werkgever hem verlof zonder behoud van loon verleent voor het als lid bijwonen van vergaderingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van vertegenwoordigende organen van publiekrechtelijke lichamen die bij rechtstreekse verkiezingen worden samengesteld, uitgezonderd echter de Tweede Kamer der Staten-Generaal, alsmede van commissies uit deze organen. Deze bepaling vindt mede toepassing op de werknemer die deel uitmaakt van een met algemeen bestuur belast orgaan van een waterschap".
Lid 2 van dit artikel regelt dat indien werkgever en werknemer ter zake geen overeenstemming bereiken, de rechter kan vaststellen in welke mate dit verlof moet worden verleend.
Voor werknemers in de particuliere sector geldt dus de hoofdregel dat de arbeidsovereenkomst bij verkiezing tot raadslid gewoon in stand blijft, maar dat de werkgever verplicht is verlof te verlenen voor het bijwonen van vergaderingen van raad en commissies.
Voor ambtenaren gelden specifieke regels (art. 125c Ambtenarenwet en art. 12c Militaire Ambtenarenwet 1931).
dot
dotHoe kan ik informatie krijgen over de onderzoeksresultaten van onderzoeksprogramma's van NICIS?
Om op de hoogte te blijven van alle NICIS-activiteiten kunt u zich via nieuwsbrief aanmelden op de gratis NICIS-nieuwsbrief. Informatie over de voortgang en planning van de onderzoeken kunt u bovendien vinden op de actuele pagina´s van de onderzoeken.
dot
dotHoe kom ik aan het recente rapport van KIEM over onderzoeken onder Antilliaanse risicojongeren?
Het rapport dat is samengesteld in opdracht van het Kennisnet Integratiebeleid en Etnische Minderheden (KIEM) is de State-of-the-Art studie Antilliaanse risicojongeren. Op het Kennisportaal Antillianengemeenten staat de studie vermeld onder het kopje 'onderzoeken' in het linkermenu. Ook is de studie te vinden onder 'thema's en dossiers' bij het trefwoord 'jeugdzorg'. Via de link kunt u het rapport direct downloaden: State-of-the-Art studie Antilliaanse risicojongeren         
dot
dotHoe kom ik in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum?
In steden worden veel projecten bedacht en uitgevoerd over veiligheid, onderwijs, zorg, sociale of economische problemen, ed. Vaak leveren deze projecten nuttige kennis op over wat werkt en wat niet werkt. Helaas blijven die ervaringen meestal beperkt tot de eigen stadsgrenzen. Die opgedane kennis en ervaringen moeten we delen.
Het Kenniscentrum Grote Steden selecteert in de Praktijk top 5 iedere twee maanden de beste praktijkvoorbeelden. De criteria die gehanteerd worden om in aanmerking te komen voor de praktijk top 5 zijn:
• het innovatieve karakter van de oplossing
• de praktische relevantie en toepasbaarheid
• de mate van integraliteit van de oplossingen en
• de meerwaarde voor de steden
U kunt informatie over een project aanleveren door het invulexemplaar in te vullen en terug te sturen naar het Kenniscentrum. Een researchmedewerker van het Kenniscentrum redigeert het stuk en zal contact met u opnemen. Deze medewerker zal vervolgens uw project online brengen.
De beste projecten komen in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum.
dot
dotHoe moeten de bedenkingen van één raadslid worden geïnterpreteerd?
De juridische vraagbaak is van oordeel dat het wetsartikel ziet op bedenkingen van de raad (de meerderheid van ...) en niet op bedenkingen van één enkel raadslid. Niets staat natuurlijk in de weg dat het college verstandige opmerkingen van individuele raadsleden meeneemt. Maar dat zijn dan geen bedenkingen van de raad. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de meerderheid het niet eens is met de bedenkingen van een of meer raadsleden. Dan heeft de raad geen bedenkingen.
dot
dotHoe moeten griffier omgaan met blancostemmen. Klopt het dat blancostemmen niet worden aangemerkt als behoorlijke stem, maar wel meetellen voor het quorum?
Blancostemmen kunnen alleen worden uitgebracht bij een schriftelijke stemming. Bij een mondelinge stemming, die geschiedt bij hoofdelijke oproeping, is ieder lid, dat ter vergadering aanwezig is, immers verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. Bij een schriftelijke stemming kan het voorkomen dat een stembriefje blanco wordt ingeleverd. Ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Gemeentewet wordt dat niet aangemerkt als het uitbrengen van een stem. De niet uitgebrachte stem telt dus ook niet mee bij het bepalen van de uitslag. De helft van het aantal leden dat zitting heeft moet wel een geldige stem hebben uitgebracht (het quorum van artikel 29, eerste lid). In het rekenvoorbeeld zijn 6 briefjes niet behoorlijk ingevuld, dus zijn die stemmen niet uitgebracht. 13 briefjes zijn ingevuld, waarbij de volstrekte meerderheid voor is. Het voorstel is dus aangenomen.
dot
dotHoe regelen andere gemeenten de verplichting op grond van de AwB (afdeling 3.4) dat het bestuursorgaan dat uiteindelijk het besluit neemt ook dit besluit ter inzage legt?
In Weert is de volgende gedragslijn bepaald. Het betreft een nog ambtelijk stuk, waaromtrent college en raad om instemming worden gevraagd. Ter toelichting: de afkorting TILS die in de memo wordt gebruikt betekent ter inzage liggende stukken. Daar de deskundigen in het land het over dit onderwerp (hoe om te gaan met UOV-procedures waar de raad bevoegd gezag is) volstrekt oneens zijn, kunnen er lokaal behoorlijke verschillen ontstaan.
Ambtelijk stuk, klik hier (PDF, 82 Kb)
dot
dotHoe wordt nu bereikt dat verweer wordt gevoerd inzake een, in afwijking van het desbetreffende raadsvoorstel, genomen raadsbesluit, op zodanige wijze dat de gemeenteraad zich hierin voldoende herkent.
Tegen het vaststellen of weigeren een voorbereidingsbesluit te nemen is bezwaar mogelijk. Aanvankelijk stonden deze besluiten op de negatieve lijst van de AWB. Dat is gewijzigd. Dus bezwaar is mogelijk.
Nu het bezwaar bij de bezwarencommissie ligt en behandeling aanstonds zal plaatsvinden, gaat het om het treffen van voorbereidingen ter zake. Verdedigbaar is dat hier via toepassing van artikel 160 Gemeentewet het college dit oppakt, danwel het college hiertoe bevoegd is krachtens delegatie.In de gegeven situatie het zijn dat de raad, gelet op het standpunt van het college, behoefte heeft aan gedegen vertegenwoordiging bij de bezwarencommissie. In dergelijke situaties zou ik adviseren een advocaat in te schakelen, die het standpunt van de raad gaat verdedigen. Of hier een noodzaak toe is valt ook te betwijfelen. De raad heeft ruime bevoegdheden in dezen en kan al snel aannemelijk maken waarom tot een afwijzing is gekomen.         
Overigens is het zo dat college/ambtelijke organisatie er natuurlijk politiek aan gehouden zijn om het besluit van de raad goed te verdedigen. De raad kan het college hier op controleren. De raad dient de uiteindelijke beslissing op het bezwaar te nemen. Daarbij kan ook afgeweken worden van het advies van de bezwarencommissie, bijvoorbeeld omdat men van mening is dat de bezwarencommissie niet de juiste argumenten heeft af kunnen wegen bij het advies.
dot
dotIk ben op zoek naar meer informatie omtrent de kennisinvesteringsquote (KIQ). Ik wil graag weten wat deze inhoudt en welke activiteiten er mee gemoeid zijn.
Het Innovatieplatform http://www.innovatieplatform.nl/ heeft de kennisinvesteringen (investeringen in onderwijs, onderzoek, scholing en innovatie) samengevat in het begrip Kennisinvesteringsquote (KIQ). Het is een pleidooi voor een forse investeringsagenda op het terrein van de kenniseconomie. Er van uitgaande dat de huidige goede prestaties het gevolg zijn van de vroegere relatief hoge investeringen.
Op vrijdag 8 juli 2005 is de verkenning van de zogenaamde KIQ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin zijn de Nederlandse investeringen en de resultaten van die investeringen in onderwijs en onderzoek (de zogenaamde kennisproductiviteit) vergeleken met die in andere landen (‘referentielanden’). Een samenvatting van deze verkenning is te vinden op: http://www.hetkenniscentrum.nl/kcgs/dossiers/Economie/Kenniseconomie/Verkennig_kennisinvesteringsquote_1068.html Voor een uitwerking van de activiteiten omtrent de KIQ kunt u de volgende link volgen: http://www.innovatieplatform.nl/nl/actueel/archief/2005/6/Balkenende_legt_visie_Innovatieplatform_uit_aan_Kamer.html
dot
dotIn het KB van 1852 staat dat de burgemeester het onderscheidingsteken onder meer draagt als hij voorzit in de raadsvergadering. Artikel 3 van dit KB luidt: Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt. De vraag komt hier op of, na de dualisering van het gemeentebestuur, de vervangende raadsvoorzitter wordt geacht de ambtsketen bij die raadsvergadering te dragen. Is hier nadien iets over vastgelegd door de minister of is het een kwestie van interpretatie van het oude KB?
Het KB van 16 november 1852 is nog steeds van kracht en is ook niet gewijzigd sinds de dualisering. Op de VNG-site wordt hierover het volgende opgemerkt: "De artikelen 2 en 3  van het betreffende KB maken geen onderscheid tussen de situatie waarbij bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester de waarnemer optreedt als raadsvoorzitter of als bestuursorgaan. In het besluit is echter geen rekening gehouden met het dualisme. Kernpunt is dat tijdens de raadsvergaderingen de plaatsvervangend voorzitter van de raad bij ontstentenis van de burgemeester het recht heeft de ambtsketen te dragen. In principe is het dragen van de ambtsketen verbonden aan het voorzitterschap van de raad".
dot
dotIn hoeverre is een bestuursrapportage van het college waarin een eindejaarsprognose wordt gegeven beschikbaar op het moment dat de raad de begroting behandelt?
Formeel kan de raad dit regelen via de Financiële verordening (ex art. 212 van de Gemeentewet). De griffier van Goirle geeft aan dat bij hen in artikel 7 de tussentijdse rapportage en informatie is vastgelegd. In dit artikel kan de raad bepalen voor welk tijdstip de tussenrapportage aan de raad moet worden aangeboden. De raad zou die bepaling formeel moeten amenderen.
In de gemeente Hoogeveen is hierover ook discussie gevoerd bij de begrotingsbehandeling op 19 oktober, 2 november en 9 november 2006. Zie de verslagen op www.hoogeveen.nl/gemeenteraad. Uiteindelijk was de conclusie dat het college niet in staat was voor de begrotingsbehandeling met een bestuursrapportage te komen die een goede eindejaarsprognose bevat. Toch is tijdens de begrotingsbehandeling een eindejaarsprognose is gegeven. Dit gebeurde echter met de nodige omzichtigheid.
In de gemeente Den Haag hanteert de raad de volgende werkwijze: Volgens de Haagse verordening financieel beheer en beleid stelt het college jaarlijks vóór 1 juni een notitie op waarin de budgettaire ruimte meerjarig is weergegeven. Deze notitie dient als uitgangspunt voor de op te stellen meerjarenbegroting. De betreffende kadernotitie - in het jargon Voorjaarsnota geheten - wordt aan de raad ter vaststelling aangeboden. De raad behandelt deze Voorjaarsnota in zijn laatste vergadering voor het zomerreces (dit jaar op 29 juni) in combinatie met de jaarrekening over het afgelopen jaar. Deze jaarrekening gaat vergezeld van het rapport van de Gemeentelijke Accountantsdienst en het rapport van de Rekeningencommissie. De begroting wordt door het college uiterlijk de tweede dinsdag van september aan de raad aangeboden. Tijdig voor de begrotingsbehandeling brengt het college ook het concernbericht over de verwachte uitkomsten voor het lopende jaar uit. Deze begrotingsbehandeling is gebaseerd op de uitputting over de eerste zes maanden. Beide stukken (begroting en concernbericht) worden gelijktijdig in de begrotingsvergaderingen behandeld. Indien en voorzover sprake is van een voordelig concernresultaat wordt dit door raadsleden dankbaar aangegrepen om (incidenteel) dekking te zoeken voor in te dienen amendementen.
dot
dotIn veel gemeenten is er voor de personele uitvoering een mandaat of delegatieconstructie geregeld naar het college van burgemeester en wethouders. In mijn gemeente is dit niet het geval. Kunt u voor mij de mogelijkheden op een rij zetten?
U treft hier een aantal voorbeelden aan van oplossingen uit andere gemeenten:
Den Haag
In Den Haag heeft de raad bij verordening bepaald dat:
  • op ambtenaren en werknemers in dienst van de gemeente en tewerkgesteld bij de griffie het Ambtenarenreglement 's-Gravenhage en de daaraan afgeleide regelingen, met uitzondering van de mandaatregeling personeelsbesluiten, van overeenkomstige toepassing zijn
  • de griffier de aan hem door het college gemandateerde bevoegdheden ex art. 160 Gemeentewet uitoefent, met inachtneming van aanwijzingen zoals bepaald in de Instructie griffier
  • de procedures m.b.t. werving, selectie, benoeming en ontslag van de griffier, evenals andere procedures rond personeelsbesluiten die op de griffier betrekking hebben, worden geregeld in het Besluit personeelsbesluiten griffier Den Haag. Op basis hiervan is het presidium bevoegd rechtspositionele besluiten te nemen, met dien verstande dat bepaalde bezoldigingsbeslissingen (toekennen periodiek, toelagen, gratificaties, enz.) en beslissingen inzake onkostenvergoedingen worden genomen door de voorzitter van het presidium
  • over de verrichting van uitvoerende werkzaamheden op het terrein van o.a. financieel beheer, personeelsbeheer en rechtspositie van ambtenaren en raadsleden, informatievoorziening, bibliotheekzorg, juridische dienstverlening, huisvesting, automatisering en overige facilitaire dienstverlening de griffier afspraken maakt met het verantwoordelijke diensthoofd. In concreto heeft dit geleid tot schriftelijke overeenkomsten, deels in de vorm van Service Level Agreements
  • de griffier optreedt als ondernemer in de zin van de Wet op de ondernemingsraden      
Goirle
In Goirle heeft de raad het volgende besloten:
a.
Aan het college de bevoegdheid delegeren tot het uitvoeren van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Goirle en daaraan verbonden nadere regelingen ten behoeve van de griffier en de medewerkers van de griffie, behoudens voor zover het betreft
  • het nemen van besluiten met betrekking tot de aanstelling, overplaatsing, schorsing of het ontslag van de griffier en medewerkers van de griffie
  • het vaststellen van instructies en dienstopdrachten ten aanzien van de griffie en de medewerkers van de griffie
  • het verlenen van vakantie en verlof aan de griffier en de medewerkers van de griffie
  • besluiten met betrekking tot de ontwikkeling, beoordeling en beloning van de griffier en de medewerkers van de griffie
  • het nemen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de griffier en de medewerkers van de griffie
b.
De voorbereiding van de onder lid a bedoelde besluiten ten aanzien van de griffier die zijn voorbehouden aan de raad, wordt namens de raad uitgevoerd door de voorzitter van de raad en een delegatie uit het raads-presidium. Hierbij kan ambtelijke ondersteuning worden geboden door het Hoofd Personeel & Organisatie. Mocht de griffie in toekomstig perspectief worden uitgebreid, wordt voor wat betreft het griffiepersoneel de griffier gemachtigd.
c.
De volgende personen aan te wijzen ten behoeve van de uitvoering van hetgeen onder b. is besloten: (namen invullen)
Hoogeveen
In Hoogeveen is het presidium op grond van een Reglement voor het presidium bevoegd ten aanzien van de griffier rechtspositionele besluiten te nemen en is binnen het presidium de burgemeester weer gemandateerd om de dagelijkse leiding uit te voeren. In de Instructie voor de griffier is de griffier bevoegd verklaard besluiten te nemen ten aanzien van het griffiepersoneel. Zo werkt het ook in de praktijk. De uitvoering van de besluiten, zoals het uitbetalen van het salaris, gebeurt verder door de ambtelijke organisatie die onder het college valt. Daarvoor is verder niet specifiek iets geregeld.
Gemeente Weert